Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2018:978 ECLI:NL:PHR:2018:978 AI generated

ECLI:NL:PHR:2018:978 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2018:978
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 17/01479 Zitting: 12 juni 2018 Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] 1. De verdachte is bij arrest van 4 maart 2016 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming, terwijl nog geen vijf jaren zijn verstreken sedert een veroordeling van verdachte wegens een soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met aftrek van voorarrest.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2018:978 · Parket bij de Hoge Raad: Namens de verdachte is tijdig beroep in cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 17/01479 Zitting: 12 juni 2018 Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] 1. De verdachte is bij arrest van 4 maart 2016 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming, terwijl nog geen vijf jaren zijn verstreken sedert een veroordeling van verdachte wegens een soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met aftrek van voorarrest.

2. Er bestaat samenhang met de zaken 16/01310 en 16/02519. Ook in die zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens de verdachte is tijdig beroep in cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.

4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG