Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2018:927 ECLI:NL:PHR:2018:927 AI generated

ECLI:NL:PHR:2018:927 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2018:927
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 17/00038 Mr. A.J. Machielse Zitting: 5 juni 2018 (bij vervroeging) Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 23 december 2016 voor 1 subsidiair: medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 1, onder a, Van de Wet op de kansspelen, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een geldboete van € 5000 en tot een taakstraf van 200 uur. 2. Verdachte heeft tijdig cassatie doen instellen. De aanzegging van het eerste lid van artikel 435 Sv is aan verdachte in persoon op 29 augustus 2017 uitgereikt. Niet blijkt dat verdachte binnen de termijn genoemd in artikel 437 lid 2 Sv door een advocaat een schriftuur, houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, zodat het cassatieberoep niet ontvankelijk is. 3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG De zaken met de nrs. 16/06267 ([medeverdachte 3]), 17/00038 ([verdachte]) en 17/00200 ([medeverdachte 2]) hangen samen. In al deze zaken wordt heden geconcludeerd.

Legislator headnote

AI generated

artikel 435 Sv, artikel 437 lid 2 Sv; ECLI:NL:PHR:2018:927 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 17/00038 Mr. A.J. Machielse Zitting: 5 juni 2018 (bij vervroeging) Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 23 december 2016 voor 1 subsidiair: medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 1, onder a, Van de Wet op de kansspelen, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een geldboete van € 5000 en tot een taakstraf van 200 uur. 2. Verdachte heeft tijdig cassatie doen instellen. De aanzegging van het eerste lid van artikel 435 Sv is aan verdachte in persoon op 29 augustus 2017 uitgereikt. Niet blijkt dat verdachte binnen de termijn genoemd in artikel 437 lid 2 Sv door een advocaat een schriftuur, houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, zodat het cassatieberoep niet ontvankelijk is. 3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG De zaken met de nrs. 16/06267 ([medeverdachte 3]), 17/00038 ([verdachte]) en 17/00200 ([medeverdachte 2]) hangen samen. In al deze zaken wordt heden geconcludeerd.

Keywords

AI generated
artikel 435 Sv artikel 437 lid 2 Sv

Cited Legislation

AI generated
artikel 435 Sv
De aanzegging van het eerste lid van artikel 435 Sv is aan verdachte in persoon op 29 augustus 2017 uitgereikt.
artikel 437 lid 2 Sv
Niet blijkt dat verdachte binnen de termijn genoemd in artikel 437 lid 2 Sv door een advocaat een schriftuur, houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, zodat het cassatieberoep niet ontvankelijk is.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 17/00038 Mr. A.J. Machielse Zitting: 5 juni 2018 (bij vervroeging) Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 23 december 2016 voor 1 subsidiair: medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 1, onder a, Van de Wet op de kansspelen, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een geldboete van € 5000 en tot een taakstraf van 200 uur. 2. Verdachte heeft tijdig cassatie doen instellen. De aanzegging van het eerste lid van artikel 435 Sv is aan verdachte in persoon op 29 augustus 2017 uitgereikt. Niet blijkt dat verdachte binnen de termijn genoemd in artikel 437 lid 2 Sv door een advocaat een schriftuur, houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, zodat het cassatieberoep niet ontvankelijk is. 3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG De zaken met de nrs. 16/06267 ([medeverdachte 3]), 17/00038 ([verdachte]) en 17/00200 ([medeverdachte 2]) hangen samen. In al deze zaken wordt heden geconcludeerd.