ECLI:NL:PHR:2018:534 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generated18/00964 mr. G.R.B. van Peursem 22 maart 2018 Conclusie inzake: [verzoeker] , verzoeker tot cassatie, (hierna: [verzoeker]) 1. [verzoeker] heeft bij een op 6 maart 2018 bij de griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift met het opschrift “schriftuur in cassatie” beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof Amsterdam van 27 of 28 februari 2018 met zaaknummer 200.231.828/01. In dit arrest is het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, van 16 januari 2018 bekrachtigd, waarin de rechtbank het verzoek van [verzoeker] tot toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft afgewezen. 2 Het cassatieverzoekschrift is ingediend en ondertekend door mr.
Legislator headnote
AI generatedart. 426a lid 1 Rv; ECLI:NL:PHR:2018:534 · Parket bij de Hoge Raad: Zodoende is het verzuim niet tijdig hersteld, zodat niet is voldaan aan het vereiste van art. 426a lid 1 Rv. 5 Ik concludeer tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden Advocaat-Generaal In de kop van het arrest staat 27 februari 2018, in het dictum 28 februari 2018. Vaste rechtspraak dat dit de hersteloptie is: HR 10 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI0773, NJ 2010/212, m.nt. H.J. Snijders, recent herhaald in HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:314, RvdW 2017/311, HR 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:931, RvdW 2017/592, HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2557, RvdW 2017/1066 en HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2558, RvdW 2017/1065.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedCited Case Law
AI generatedFull text
18/00964 mr. G.R.B. van Peursem 22 maart 2018 Conclusie inzake: [verzoeker] , verzoeker tot cassatie, (hierna: [verzoeker]) 1. [verzoeker] heeft bij een op 6 maart 2018 bij de griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift met het opschrift “schriftuur in cassatie” beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof Amsterdam van 27 of 28 februari 2018 met zaaknummer 200.231.828/01. In dit arrest is het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, van 16 januari 2018 bekrachtigd, waarin de rechtbank het verzoek van [verzoeker] tot toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft afgewezen. 2 Het cassatieverzoekschrift is ingediend en ondertekend door mr.
M.J. Meijer, die geen advocaat bij de Hoge Raad is. 3 Bij brief van 8 maart 2018 is [verzoeker] door de griffie van de Hoge Raad bericht dat het cassatieverzoekschrift niet is ingediend door een advocaat bij de Hoge Raad en dat dit verzuim kan worden hersteld doordat een advocaat bij de Hoge Raad alsnog hetzelfde verzoekschrift getekend indient binnen twee weken na de datum waarop het verzoekschrift door de griffie van de Hoge Raad is ontvangen (i.e. uiterlijk op 20 maart 2018) . 4 Tot op heden is door [verzoeker] geen cassatieverzoekschrift ingediend dat is ondertekend door een cassatieadvocaat.
Zodoende is het verzuim niet tijdig hersteld, zodat niet is voldaan aan het vereiste van art. 426a lid 1 Rv. 5 Ik concludeer tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden Advocaat-Generaal In de kop van het arrest staat 27 februari 2018, in het dictum 28 februari 2018. Vaste rechtspraak dat dit de hersteloptie is: HR 10 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI0773, NJ 2010/212, m.nt. H.J. Snijders, recent herhaald in HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:314, RvdW 2017/311, HR 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:931, RvdW 2017/592, HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2557, RvdW 2017/1066 en HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2558, RvdW 2017/1065.