Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2018:415 ECLI:NL:PHR:2018:415 AI generated

ECLI:NL:PHR:2018:415 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2018:415
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

18/01038 mr. G.R.B. van Peursem 20 april 2018 Conclusie inzake: [eiser] eiser tot cassatie, (hierna: [eiser] ), tegen Enexis B.V., verweerster in cassatie, (hierna: Enexis). 1. [eiser] heeft bij een op 12 maart 2018 bij de griffie van de Hoge Raad ingekomen procesinleiding met het opschrift “cassatiedagvaarding” beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof ‘s-Hertogenbosch van 12 december 2017 met zaaknummer 200.191.564/01. In dit arrest is bekrachtigd het bij verstek gewezen arrest van hetzelfde hof van 22 maart 2016, waarbij het hof het vonnis waarvan beroep heeft vernietigd en [eiser] heeft veroordeeld tot betaling aan Enexis van een bedrag van € 7.035,65, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. 2 De procesinleiding is ingediend en ondertekend door mr.

Legislator headnote

AI generated

art. 407 lid 3 Rv; ECLI:NL:PHR:2018:415 · Parket bij de Hoge Raad: 18/01038 mr. G.R.B. van Peursem 20 april 2018 Conclusie inzake: [eiser] eiser tot cassatie, (hierna: [eiser] ), tegen Enexis B.V., verweerster in cassatie, (hierna: Enexis). 1. [eiser] heeft bij een op 12 maart 2018 bij de griffie van de Hoge Raad ingekomen procesinleiding met het opschrift “cassatiedagvaarding” beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof ‘s-Hertogenbosch van 12 december 2017 met zaaknummer 200.191.564/01. In dit arrest is bekrachtigd het bij verstek gewezen arrest van hetzelfde hof van 22 maart 2016, waarbij het hof het vonnis waarvan beroep heeft vernietigd en [eiser] heeft veroordeeld tot betaling aan Enexis van een bedrag van € 7.035,65, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. 2 De procesinleiding is ingediend en ondertekend door mr.

Keywords

AI generated
art. 407 lid 3 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 407 lid 3 Rv
Zodoende is dit verzuim niet tijdig hersteld, zodat niet is voldaan aan het vereiste van art. 407 lid 3 Rv, hetgeen tot niet-ontvankelijkheid moet leiden.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:GHSHE:2017:5474
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.191.564/01 arrest van 12 december 2017 in de zaak van [opposant] , wonende te [woonplaats] , opposant, appellant in het (voorwaardelijk) incidenteel appel, hierna aan te duiden als [opposant] , advocaat: mr. M.M. van der Marel te Eindhoven, tegen [geopposeerde] , gevestigd te [vestigingsplaats] , geopposeerde, geïntimeerde in het (voorwaardelijk) incidenteel appel, hierna aan te duiden als [geopposeerde] , advocaat: mr. G.E.M.C. Reinartz te Eindhoven, als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 1 november 2016 in het verzet tegen het bij verstek gewezen arrest van dit hof van 22 maart 2016 tussen opposant – [opposant] – als geïntimeerde in principaal appel en geopposeerde – [geopposeerde] – als appellante in principaal appel.
ECLI:NL:GHSHE:2016:4862
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.191.564/01 arrest van 1 november 2016 in de zaak van [opposant] , wonende te [woonplaats] , opposant, appellant in het (voorwaardelijke) incidenteel appel, hierna aan te duiden als [opposant] , advocaat: mr. M.M. van der Marel te Eindhoven, tegen [geopposeerde] , gevestigd te [vestigingsplaats] , geopposeerde, geïntimeerde in het (voorwaardelijke) incidenteel appel, hierna aan te duiden als [geopposeerde] , advocaat: mr. G.E.M.C. Reinartz te Eindhoven, op het bij exploot van 3 mei 2016 ingeleide verzet tegen het onder nummer 200.159.131/01 bij verstek gewezen arrest van dit hof van 22 maart 2016 tussen opposant – [opposant] – als geïntimeerde in principaal appel en geopposeerde – [geopposeerde] – als appellante in principaal appel. 1Het arrest van 22 maart 2016 Bij genoemd arrest heeft het hof het bestreden vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 19 juni 2014 vernietigd en [opposant] veroordeeld tot betaling aan [geopposeerde] van een bedrag van € 7.035,69, vermeerderd met de wettelijke rente en [opposant] veroordeeld in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep. 2Het geding in verzet 2.1.
ECLI:NL:HR:2009:BI0773
Het geding in feitelijke instanties De rechter-commissaris heeft op 28 april 2008 een voordracht aan de rechtbank 's-Hertogenbosch gedaan de toepassing van de schuldsanering ten aanzien van [verzoeker] voortijdig te beëindigen. De rechtbank heeft, na een mondelinge behandeling van de zaak, bij vonnis van 11 juli 2008 de toepassing van de schuldsaneringsregeling geëindigd. Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij arrest van 22 oktober 2008 heeft het hof het vonnis waarvan beroep, onder verbetering van gronden, bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
NJ 2010/212
HR 10 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI0773, NJ 2010/212, m.nt.
ECLI:NL:HR:2017:314
24 februari 2017 Eerste Kamer 16/06134 TT/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [verzoeker],wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie.
ECLI:NL:HR:2017:931
19 mei 2017 Eerste Kamer 17/01106 RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [verzoeker],wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

18/01038 mr. G.R.B. van Peursem 20 april 2018 Conclusie inzake: [eiser] eiser tot cassatie, (hierna: [eiser] ), tegen Enexis B.V., verweerster in cassatie, (hierna: Enexis). 1. [eiser] heeft bij een op 12 maart 2018 bij de griffie van de Hoge Raad ingekomen procesinleiding met het opschrift “cassatiedagvaarding” beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof ‘s-Hertogenbosch van 12 december 2017 met zaaknummer 200.191.564/01. In dit arrest is bekrachtigd het bij verstek gewezen arrest van hetzelfde hof van 22 maart 2016, waarbij het hof het vonnis waarvan beroep heeft vernietigd en [eiser] heeft veroordeeld tot betaling aan Enexis van een bedrag van € 7.035,65, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. 2 De procesinleiding is ingediend en ondertekend door mr.

M.M. van der Marel, die geen advocaat bij de Hoge Raad is. 3 Bij brief van 13 maart 2018 is [eiser] door de griffie van de Hoge Raad onder meer bericht dat de procesinleiding niet is ingediend door een advocaat bij de Hoge Raad en dat dit verzuim kan worden hersteld doordat een advocaat bij de Hoge Raad alsnog dezelfde procesinleiding getekend indient binnen twee weken na de datum waarop de procesinleiding door de griffie van de Hoge Raad is ontvangen (i.e. uiterlijk op 26 maart 2018). 4 Tot op heden is door [eiser] geen procesinleiding ingediend die is ondertekend door een cassatieadvocaat.

Zodoende is dit verzuim niet tijdig hersteld, zodat niet is voldaan aan het vereiste van art. 407 lid 3 Rv, hetgeen tot niet-ontvankelijkheid moet leiden. 5 Ik concludeer tot niet-ontvankelijkverklaring van eiser in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden Advocaat-Generaal ECLI:NL:GHSHE:2017:5474. Zie ECLI:NL:GHSHE:2016:4862 voor het tussenarrest van 1 november 2016. Vonnis kantonrechter rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 19 juni 2014 met zaaknummer 887699. Vaste rechtspraak dat dit de hersteloptie is:

HR 10 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI0773, NJ 2010/212, m.nt. H.J. Snijders, recent herhaald in HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:314, RvdW 2017/311, HR 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:931, RvdW 2017/592, HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2557, RvdW 2017/1066 en HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2558, RvdW 2017/1065.