Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2018:319 ECLI:NL:PHR:2018:319 AI generated

ECLI:NL:PHR:2018:319 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2018:319
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 16/02738 Zitting: 9 januari 2018 Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 25 mei 2016 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken en een taakstraf voor de duur van dertig uren. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Het middel behelst de klacht dat het hof in zijn aantekening mondeling arrest niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven die de straf hebben bepaald. 3.1.

Legislator headnote

AI generated

art. 359 Sv; ECLI:NL:PHR:2018:319 · Parket bij de Hoge Raad: Het middel klaagt hierover terecht. Blijkens de stukken van het geding heeft de enkelvoudige strafkamer van het hof het arrest doen aantekenen in het proces-verbaal van de terechtzitting. Een dergelijke aantekening van het mondeling arrest van de enkelvoudige kamer van het hof dient ingevolge art. 425, derde lid, Sv te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, de kantonrechter en de enkelvoudige kamer voor behandeling in strafzaken in hoger beroep van 2 oktober 1996 (hierna: de Regeling).

Keywords

AI generated
art. 359 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 359 Sv
359, vierde, zesde, zevende en achtste lid, Sv." Aangezien het hof in het geheel geen motivering ten aanzien van de opgelegde straf heeft gegeven, voldoet het arrest van het hof niet aan de eisen van art. 359 Sv, ook niet in de door hiervoor genoemde Regeling toegestane, aangepaste vorm.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 16/02738 Zitting: 9 januari 2018 Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 25 mei 2016 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken en een taakstraf voor de duur van dertig uren. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Het middel behelst de klacht dat het hof in zijn aantekening mondeling arrest niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven die de straf hebben bepaald. 3.1.

Het middel klaagt hierover terecht. Blijkens de stukken van het geding heeft de enkelvoudige strafkamer van het hof het arrest doen aantekenen in het proces-verbaal van de terechtzitting. Een dergelijke aantekening van het mondeling arrest van de enkelvoudige kamer van het hof dient ingevolge art. 425, derde lid, Sv te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, de kantonrechter en de enkelvoudige kamer voor behandeling in strafzaken in hoger beroep van 2 oktober 1996 (hierna: de Regeling).

Art. 3 van deze Regeling houdt onder j in dat de aantekening de navolgende gegevens dient te bevatten: ‘’opgelegde straf(fen) of maatregel(en) met vermelding van de bijzondere redenen die de straf(fen) hebben bepaald of tot de maatregel(en) hebben geleid. Verder in de voorkomende gevallen opgave van de strafmotiveringseisen, genoemd in art. 359, vierde, zesde, zevende en achtste lid, Sv." Aangezien het hof in het geheel geen motivering ten aanzien van de opgelegde straf heeft gegeven, voldoet het arrest van het hof niet aan de eisen van art. 359 Sv, ook niet in de door hiervoor genoemde Regeling toegestane, aangepaste vorm. 3.2.

Het middel slaagt.

4. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het hof, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Stcrt. 1996, 197; zie ook HR 5 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2922, rov. 4.3. Het arrest bevat bijvoorbeeld ook geen verwijzing naar “al het vorenstaande”, zoals in HR 5 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2922 het geval was; zie ook de conclusie van AG Harteveld bij HR 17 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:360.