Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2018:240 ECLI:NL:PHR:2018:240 AI generated

ECLI:NL:PHR:2018:240 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2018:240
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 17/00709 Zitting: 6 februari 2018 Mr. T.N.B.M. Spronken Standpunt/conclusie inzake: [C] Bij arrest van 3 november 2016 heeft het gerechtshof Amsterdam de verdachte veroordeeld ter zake van, kort gezegd, feitelijk leidinggeven aan verschillende overtredingen van de Opiumwet, feitelijk leidinggeven aan gewoontewitwassen en deelneming aan een criminele organisatie en daarbij bepaald dat aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd. Deze zaak hangt samen met de zaken 17/00713 ( [A] B.V.), 17/00714 ( [B] B.V.) en 17/00716 ( [D] ) en de zaken 16/02779 B ( [A] B.V.), 16/02780B ( [B] B.V.) en 16/02781 B ( [C] ).

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2018:240 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 17/00709 Zitting: 6 februari 2018 Mr. T.N.B.M. Spronken Standpunt/conclusie inzake: [C] Bij arrest van 3 november 2016 heeft het gerechtshof Amsterdam de verdachte veroordeeld ter zake van, kort gezegd, feitelijk leidinggeven aan verschillende overtredingen van de Opiumwet, feitelijk leidinggeven aan gewoontewitwassen en deelneming aan een criminele organisatie en daarbij bepaald dat aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd. Deze zaak hangt samen met de zaken 17/00713 ( [A] B.V.), 17/00714 ( [B] B.V.) en 17/00716 ( [D] ) en de zaken 16/02779 B ( [A] B.V.), 16/02780B ( [B] B.V.) en 16/02781 B ( [C] ).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 17/00709 Zitting: 6 februari 2018 Mr. T.N.B.M. Spronken Standpunt/conclusie inzake: [C] Bij arrest van 3 november 2016 heeft het gerechtshof Amsterdam de verdachte veroordeeld ter zake van, kort gezegd, feitelijk leidinggeven aan verschillende overtredingen van de Opiumwet, feitelijk leidinggeven aan gewoontewitwassen en deelneming aan een criminele organisatie en daarbij bepaald dat aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd. Deze zaak hangt samen met de zaken 17/00713 ( [A] B.V.), 17/00714 ( [B] B.V.) en 17/00716 ( [D] ) en de zaken 16/02779 B ( [A] B.V.), 16/02780B ( [B] B.V.) en 16/02781 B ( [C] ).

In deze samenhangende zaken zal ik vandaag ook concluderen. Namens de verdachte heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, vijf middelen van cassatie voorgesteld. Na bestudering van de zaak ben ik van mening dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG