ECLI:NL:PHR:2018:198 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 17/04905 Bv Zitting: 13 februari 2018 Mr. P. Vegter Conclusie inzake: [betrokkene] Namens klager heeft mr. C.N.M. Dekker op 11 augustus 2017 een klaagschrift op grond van artikel 98, vierde lid, en artikel 552a, Sv ingediend bij de rechtbank Den Haag. Blijkens de ‘akte instellen beroep in cassatie’ heeft voornoemd gerecht nagelaten binnen de wettelijke termijn van dertig dagen na ontvangst van het klaagschrift, conform het bepaalde in artikel 552a, zevende lid, Sv, te beslissen. Namens klager hebben mr. C.N.M. Dekker en mr. P.H.L.M. Souren, beiden advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2018:198 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 17/04905 Bv Zitting: 13 februari 2018 Mr. P. Vegter Conclusie inzake: [betrokkene] Namens klager heeft mr. C.N.M. Dekker op 11 augustus 2017 een klaagschrift op grond van artikel 98, vierde lid, en artikel 552a, Sv ingediend bij de rechtbank Den Haag. Blijkens de ‘akte instellen beroep in cassatie’ heeft voornoemd gerecht nagelaten binnen de wettelijke termijn van dertig dagen na ontvangst van het klaagschrift, conform het bepaalde in artikel 552a, zevende lid, Sv, te beslissen. Namens klager hebben mr. C.N.M. Dekker en mr. P.H.L.M. Souren, beiden advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.
Full text
Nr. 17/04905 Bv Zitting: 13 februari 2018 Mr. P. Vegter Conclusie inzake: [betrokkene] Namens klager heeft mr. C.N.M. Dekker op 11 augustus 2017 een klaagschrift op grond van artikel 98, vierde lid, en artikel 552a, Sv ingediend bij de rechtbank Den Haag. Blijkens de ‘akte instellen beroep in cassatie’ heeft voornoemd gerecht nagelaten binnen de wettelijke termijn van dertig dagen na ontvangst van het klaagschrift, conform het bepaalde in artikel 552a, zevende lid, Sv, te beslissen. Namens klager hebben mr. C.N.M. Dekker en mr. P.H.L.M. Souren, beiden advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.
Het middel houdt in dat de rechtbank Den Haag een fictief besluit tot ongegrondverklaring van het klaagschrift heeft genomen omdat het heeft nagelaten binnen de wettelijke termijn van dertig dagen na ontvangst van het klaagschrift conform het bepaalde in artikel 552a, zevende lid, Sv te beslissen. Gelet op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen kan tegen het uitblijven van een beschikking geen beroep in cassatie worden ingesteld. Deze conclusie strekt ertoe dat de betrokkene niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG