Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2018:1489 ECLI:NL:PHR:2018:1489 AI generated

ECLI:NL:PHR:2018:1489 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2018:1489
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 17/02436 Zitting: 18 december 2018 Mr. F.W. Bleichrodt Conclusie inzake: [verdachte] Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft de verdachte bij arrest van 4 mei 2017 wegens 1 en 4 “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak”, 2 “deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”, 3 “witwassen, meermalen gepleegd” en 5 “opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 334 dagen, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr.

Legislator headnote

AI generated

art. 27 Sr; ECLI:NL:PHR:2018:1489 · Parket bij de Hoge Raad: Daarbij is voldaan aan de zogenaamde VIP-controle. De ID-staat SKDB betreffende de verdachte van 22 februari 2018 houdt in dat de verdachte niet was gedetineerd en dat hij geen BRP-adres had. De cassatie-akte vermeldt als adres [a-straat 1] in [plaats] . Naar dit adres is op 22 februari 2018 een afschrift van de aanzegging verstuurd. Voorts is op 22 februari 2018 mededeling van de betekening van de aanzegging gedaan aan de raadsman van de verdachte (mr. R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht). Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 588, eerste lid, onder b, sub 3°, Sv rechtsgeldig betekend.

Keywords

AI generated
art. 27 Sr

Cited Legislation

AI generated
art. 27 Sr

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 17/02436 Zitting: 18 december 2018 Mr. F.W. Bleichrodt Conclusie inzake: [verdachte] Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft de verdachte bij arrest van 4 mei 2017 wegens 1 en 4 “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak”, 2 “deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”, 3 “witwassen, meermalen gepleegd” en 5 “opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 334 dagen, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr.

Voorts heeft het hof de onttrekking aan het verkeer bevolen van het in beslag genomen rijbewijs. De onderhavige zaak hangt samen met de strafzaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 5] (17/02377), [medeverdachte 3] (17/02460), [medeverdachte 2] (17/02459) en [medeverdachte 4] (17/03567) en met de ontnemingszaak tegen [betrokkene] (17/02458). In deze zaken concludeer ik vandaag eveneens. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend. De aanzegging in cassatie is op 22 februari 2018 uitgereikt aan de griffier van de rechtbank Den Haag, omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is.

Daarbij is voldaan aan de zogenaamde VIP-controle. De ID-staat SKDB betreffende de verdachte van 22 februari 2018 houdt in dat de verdachte niet was gedetineerd en dat hij geen BRP-adres had. De cassatie-akte vermeldt als adres [a-straat 1] in [plaats] . Naar dit adres is op 22 februari 2018 een afschrift van de aanzegging verstuurd. Voorts is op 22 februari 2018 mededeling van de betekening van de aanzegging gedaan aan de raadsman van de verdachte (mr. R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht). Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 588, eerste lid, onder b, sub 3°, Sv rechtsgeldig betekend.

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG