ECLI:NL:PHR:2018:1483 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 16/05815 Zitting: 11 december 2018 Mr. D.J.C. Aben Conclusie inzake: [verdachte] Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 10 november 2016 de verdachte ter zake van 1. "bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, meermalen gepleegd" en 2. "eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd", veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van veertig uren.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2018:1483 · Parket bij de Hoge Raad: Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, een middel van cassatie voorgesteld. Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op. Blijkens de stukken is het beroep in cassatie ingesteld op 25 november 2016, zodat de verdachte – nu hij ter terechtzitting van het hof van 27 oktober 2016 was verschenen – ingevolge art. 432, eerste lid aanhef en onder b, Sv in het beroep niet kan worden ontvangen.
Full text
Nr. 16/05815 Zitting: 11 december 2018 Mr. D.J.C. Aben Conclusie inzake: [verdachte] Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 10 november 2016 de verdachte ter zake van 1. "bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, meermalen gepleegd" en 2. "eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd", veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van veertig uren.
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, een middel van cassatie voorgesteld. Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op. Blijkens de stukken is het beroep in cassatie ingesteld op 25 november 2016, zodat de verdachte – nu hij ter terechtzitting van het hof van 27 oktober 2016 was verschenen – ingevolge art. 432, eerste lid aanhef en onder b, Sv in het beroep niet kan worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG