Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2018:1160 ECLI:NL:PHR:2018:1160 AI generated

ECLI:NL:PHR:2018:1160 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2018:1160
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 17/01132 P Zitting: 19 juni 2018 Mr. D.J.C. Aben Conclusie inzake: [betrokkene] 1. Het gerechtshof Den Haag heeft bij uitspraak van 21 februari 2017 bevestigd het vonnis van de rechtbank waarbij het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld op € 25.263,22 en aan de betrokkene ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2018:1160 · Parket bij de Hoge Raad: Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene en mr. T.S.S. Overes, advocaat te Leiden, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 17/01132 P Zitting: 19 juni 2018 Mr. D.J.C. Aben Conclusie inzake: [betrokkene] 1. Het gerechtshof Den Haag heeft bij uitspraak van 21 februari 2017 bevestigd het vonnis van de rechtbank waarbij het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld op € 25.263,22 en aan de betrokkene ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag.

2. Er bestaat samenhang met de zaak 17/01131. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.

3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene en mr. T.S.S. Overes, advocaat te Leiden, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel is gelijkluidend aan het tweede middel in de hoofdzaak waarin ik vandaag ook concludeer. Het ziet op het verzoek om aanhouding van de zaken teneinde de verdachte/betrokkene in de gelegenheid te stellen zijn aanwezigheid in Polen voor een groot gedeelte van de tenlastegelegde periode met stukken te onderbouwen. In zowel de hoofd- als de ontnemingszaak heeft het hof dit verzoek afgewezen.

5. Dit aanhoudingsverzoek houdt verband met het betwisten van de periode waarin de verdachte/betrokkene het feit in de hoofdzaak zou hebben gepleegd en hoort daarom ook (alleen) thuis in de hoofdzaak. Overigens verwijs is naar mijn opmerkingen omtrent het tweede middel in de hoofdzaak.

6. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering.

7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

8. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG