ECLI:NL:PHR:2017:639 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 15/05615 P Zitting: 30 mei 2017 Mr. P.C. Vegter Conclusie inzake: [betrokkene] Het gerechtshof Amsterdam heeft bij uitspraak van 27 november 2015 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 47.850. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene en mr. M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld. Het middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 november 2015 nietig is, aangezien de door de raadsman bij die gelegenheid aan het hof overgelegde pleitnotities zich niet (meer) bij de stukken bevinden.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2017:639 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 15/05615 P Zitting: 30 mei 2017 Mr. P.C. Vegter Conclusie inzake: [betrokkene] Het gerechtshof Amsterdam heeft bij uitspraak van 27 november 2015 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 47.850. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene en mr. M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld. Het middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 november 2015 nietig is, aangezien de door de raadsman bij die gelegenheid aan het hof overgelegde pleitnotities zich niet (meer) bij de stukken bevinden.
Full text
Nr. 15/05615 P Zitting: 30 mei 2017 Mr. P.C. Vegter Conclusie inzake: [betrokkene] Het gerechtshof Amsterdam heeft bij uitspraak van 27 november 2015 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 47.850. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene en mr. M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld. Het middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 november 2015 nietig is, aangezien de door de raadsman bij die gelegenheid aan het hof overgelegde pleitnotities zich niet (meer) bij de stukken bevinden.
Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 13 november 2015 is aldaar door de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van zijn pleitnotities die door hem aan het hof zijn overgelegd . De in dit proces-verbaal vermelde pleitnotities ontbreken bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Overeenkomstig het Procesreglement heeft de raadsman van de verdachte bij faxbericht van 17 juni 2016 tijdig aan de Rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van een afschrift van deze pleitnotities.
Desgevraagd heeft de griffier van het hof bij brief, bij de Hoge Raad ingekomen op 27 juni 2016, bericht dat deze pleitnotities niet op het Hof zijn achtergebleven. Gelet hierop valt niet na te gaan of ter terechtzitting [meer] verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij het hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG