Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2017:570 ECLI:NL:PHR:2017:570 AI generated

ECLI:NL:PHR:2017:570 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2017:570
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 16/00865 Zitting: 4 april 2017 Mr. G. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] Het gerechtshof Den Haag heeft de verdachte bij arrest van 1 februari 2016 niet‑ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Er bestaat samenhang met de zaken 16/01127, 16/01291, 16/01363, 16/02161 en 16/02233. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 30 augustus 2016 betekend. De in art. 437 lid 2 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 31 oktober 2016. Mr.

Legislator headnote

AI generated

art. 435 Sv, art. 437 lid 2 Sv; ECLI:NL:PHR:2017:570 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 16/00865 Zitting: 4 april 2017 Mr. G. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] Het gerechtshof Den Haag heeft de verdachte bij arrest van 1 februari 2016 niet‑ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Er bestaat samenhang met de zaken 16/01127, 16/01291, 16/01363, 16/02161 en 16/02233. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 30 augustus 2016 betekend. De in art. 437 lid 2 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 31 oktober 2016. Mr.

Keywords

AI generated
art. 435 Sv art. 437 lid 2 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 435 Sv
De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 30 augustus 2016 betekend.
art. 437 lid 2 Sv
De in art. 437 lid 2 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 31 oktober 2016.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 16/00865 Zitting: 4 april 2017 Mr. G. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] Het gerechtshof Den Haag heeft de verdachte bij arrest van 1 februari 2016 niet‑ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Er bestaat samenhang met de zaken 16/01127, 16/01291, 16/01363, 16/02161 en 16/02233. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 30 augustus 2016 betekend. De in art. 437 lid 2 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 31 oktober 2016. Mr.

J.Y. Taekema, die zich bij brief van 17 februari 2016 als raadsman van de verdachte heeft gesteld, heeft bij brief van 28 oktober 2016 bericht dat geen middelen van cassatie zullen worden ingediend. Er is gedurende de termijn ook geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG