ECLI:NL:PHR:2017:447 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 16/02647 B Zitting: 18 april 2017 Mr. A.E. Harteveld Conclusie inzake: [klager] De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, heeft bij beschikking van 6 april 2016 het door de officier van justitie gevorderde verlof als bedoeld in art. 552p lid 2 Sv verleend, met dien verstande dat bij de afgifte aan de buitenlandse autoriteiten wordt bedongen dat de stukken zullen worden teruggezonden zodra daarvan het voor de strafvordering nodige gebruik is gemaakt. Namens de klager heeft mr. M.M.A.J. Goris, advocaat te Almelo, cassatieberoep ingesteld en een schriftuur ingediend.
Legislator headnote
AI generatedart. 552p lid 2 Sv, art. 552a Sv; ECLI:NL:PHR:2017:447 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 16/02647 B Zitting: 18 april 2017 Mr. A.E. Harteveld Conclusie inzake: [klager] De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, heeft bij beschikking van 6 april 2016 het door de officier van justitie gevorderde verlof als bedoeld in art. 552p lid 2 Sv verleend, met dien verstande dat bij de afgifte aan de buitenlandse autoriteiten wordt bedongen dat de stukken zullen worden teruggezonden zodra daarvan het voor de strafvordering nodige gebruik is gemaakt. Namens de klager heeft mr. M.M.A.J. Goris, advocaat te Almelo, cassatieberoep ingesteld en een schriftuur ingediend.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedCited Case Law
AI generatedFull text
Nr. 16/02647 B Zitting: 18 april 2017 Mr. A.E. Harteveld Conclusie inzake: [klager] De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, heeft bij beschikking van 6 april 2016 het door de officier van justitie gevorderde verlof als bedoeld in art. 552p lid 2 Sv verleend, met dien verstande dat bij de afgifte aan de buitenlandse autoriteiten wordt bedongen dat de stukken zullen worden teruggezonden zodra daarvan het voor de strafvordering nodige gebruik is gemaakt. Namens de klager heeft mr. M.M.A.J. Goris, advocaat te Almelo, cassatieberoep ingesteld en een schriftuur ingediend.
In het middel wordt gewezen op de twee ingediende cassatiemiddelen in de samenhangende beslagzaak van de klager met zaaknummer 16/02321 B (art. 552a Sv-procedure). Het middel berust op de stelling dat gegrondbevinding van (één van) de cassatiemiddelen in de klaagschriftprocedure meebrengt dat ook de beschikking in de onderhavige verlofprocedure niet in stand kan blijven. 3.1. In de samenhangende zaak heb ik vandaag geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. Dat leidt er toe dat in de onderhavige zaak het middel faalt.
4. Gronden voor ambtshalve cassatie heb ik niet aangetroffen.
5. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Deze zaak hangt samen met zaak 16/02321 B betreffende het door dezelfde klager ingediende klaagschrift ex art. 552a Sv, waarin ik ook vandaag zal concluderen. Vgl. 5 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1110.