Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2017:356 ECLI:NL:PHR:2017:356 AI generated

ECLI:NL:PHR:2017:356 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2017:356
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

17/01106 mr. G.R.B. van Peursem 16 maart 2017 Conclusie inzake: [verzoeker] , verzoeker tot cassatie, (hierna: [verzoeker] ) 1. [verzoeker] heeft bij een op 1 maart 2017 per fax bij het secretariaat van de Hoge Raad der Nederlanden ingekomen verzoekschrift beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 21 februari 2017 met zaaknummer 200.207.667/01. In dit arrest is het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 januari 2017 bekrachtigd, waarin de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoeker] heeft beëindigd zonder hem de schone lei te verlenen. 2 Het cassatieverzoekschrift is ingediend door [verzoeker] zelf.

Legislator headnote

AI generated

art. 426a Rv; ECLI:NL:PHR:2017:356 · Parket bij de Hoge Raad: Bij brief van 3 maart 2017 is [verzoeker] door de griffie van de Hoge Raad bericht dat dit verzuim kan worden hersteld doordat een advocaat bij de Hoge Raad alsnog hetzelfde verzoekschrift getekend indient. Bij fax van 7 maart 2017 is door [verzoeker] bericht – zakelijk weergegeven – dat hij ondanks inspanningen geen cassatieadvocaat bereid heeft gevonden hem bij te staan. 3 Het verzuim is niet binnen de op vaste rechtspraak gebaseerde termijn van 14 dagen na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad van het oorspronkelijke verzoekschrift (dus uiterlijk 15 maart 2017) hersteld, zodat niet is voldaan aan het vereiste in art. 426a Rv. 4 Ik concludeer dan ook tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.

Keywords

AI generated
art. 426a Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 426a Rv
3 Het verzuim is niet binnen de op vaste rechtspraak gebaseerde termijn van 14 dagen na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad van het oorspronkelijke verzoekschrift (dus uiterlijk 15 maart 2017) hersteld, zodat niet is voldaan aan het vereiste in art. 426a Rv.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

17/01106 mr. G.R.B. van Peursem 16 maart 2017 Conclusie inzake: [verzoeker] , verzoeker tot cassatie, (hierna: [verzoeker] ) 1. [verzoeker] heeft bij een op 1 maart 2017 per fax bij het secretariaat van de Hoge Raad der Nederlanden ingekomen verzoekschrift beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 21 februari 2017 met zaaknummer 200.207.667/01. In dit arrest is het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 januari 2017 bekrachtigd, waarin de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoeker] heeft beëindigd zonder hem de schone lei te verlenen. 2 Het cassatieverzoekschrift is ingediend door [verzoeker] zelf.

Bij brief van 3 maart 2017 is [verzoeker] door de griffie van de Hoge Raad bericht dat dit verzuim kan worden hersteld doordat een advocaat bij de Hoge Raad alsnog hetzelfde verzoekschrift getekend indient. Bij fax van 7 maart 2017 is door [verzoeker] bericht – zakelijk weergegeven – dat hij ondanks inspanningen geen cassatieadvocaat bereid heeft gevonden hem bij te staan. 3 Het verzuim is niet binnen de op vaste rechtspraak gebaseerde termijn van 14 dagen na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad van het oorspronkelijke verzoekschrift (dus uiterlijk 15 maart 2017) hersteld, zodat niet is voldaan aan het vereiste in art. 426a Rv. 4 Ik concludeer dan ook tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden Advocaat-Generaal HR 10 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI0773, NJ 2010/212, m.nt. H.J. Snijders. Recent herhaald in HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:314, JWB 2017/90.