ECLI:NL:PHR:2017:141 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 16/00626 Mr. Machielse Zitting 17 januari 2017 (bij vervroeging) Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 13 mei 2015 voor: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken. 2. Verdachte heeft cassatie doen instellen, maar niet is gebleken dat binnen de in artikel 437 lid 2 Sv genoemde termijn in deze zaak namens verdachte een schriftuur, houdende middelen van cassatie, door een advocaat is ingediend. Daarom is het cassatieberoep niet-ontvankelijk. 3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden De zaken nr. 15/02848 ([medeverdachte 1]), nr. 15/02351 ([medeverdachte 7]), nr. 15/2/4/2009 ([medeverdachte 2]), nr. 15/02458 ([medeverdachte 3]), nr. 15/03375 ([medeverdachte 4]), nr. 15/04787 ([medeverdachte 5]), nr. 16/00626 ([medeverdachte 6]), hangen samen. In al deze zaken wordt vandaag geconcludeerd.
Legislator headnote
AI generatedartikel 437 lid 2 Sv; ECLI:NL:PHR:2017:141 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 16/00626 Mr. Machielse Zitting 17 januari 2017 (bij vervroeging) Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 13 mei 2015 voor: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken. 2. Verdachte heeft cassatie doen instellen, maar niet is gebleken dat binnen de in artikel 437 lid 2 Sv genoemde termijn in deze zaak namens verdachte een schriftuur, houdende middelen van cassatie, door een advocaat is ingediend. Daarom is het cassatieberoep niet-ontvankelijk. 3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden De zaken nr. 15/02848 ([medeverdachte 1]), nr. 15/02351 ([medeverdachte 7]), nr. 15/2/4/2009 ([medeverdachte 2]), nr. 15/02458 ([medeverdachte 3]), nr. 15/03375 ([medeverdachte 4]), nr. 15/04787 ([medeverdachte 5]), nr. 16/00626 ([medeverdachte 6]), hangen samen. In al deze zaken wordt vandaag geconcludeerd.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Nr. 16/00626 Mr. Machielse Zitting 17 januari 2017 (bij vervroeging) Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 13 mei 2015 voor: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken. 2. Verdachte heeft cassatie doen instellen, maar niet is gebleken dat binnen de in artikel 437 lid 2 Sv genoemde termijn in deze zaak namens verdachte een schriftuur, houdende middelen van cassatie, door een advocaat is ingediend. Daarom is het cassatieberoep niet-ontvankelijk. 3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden De zaken nr. 15/02848 ([medeverdachte 1]), nr. 15/02351 ([medeverdachte 7]), nr. 15/2/4/2009 ([medeverdachte 2]), nr. 15/02458 ([medeverdachte 3]), nr. 15/03375 ([medeverdachte 4]), nr. 15/04787 ([medeverdachte 5]), nr. 16/00626 ([medeverdachte 6]), hangen samen. In al deze zaken wordt vandaag geconcludeerd.