ECLI:NL:PHR:2017:1179 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 16/00057 Mr. A.J. Machielse Zitting 12 september 2017 (bij vervroeging) Conclusie inzake: [betrokkene] 1. Het gerechtshof Amsterdam heeft op 18 december 2015 het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 7 februari 2013 in de ontnemingszaak tegen verdachte bevestigd. De rechtbank had aan verdachte de verplichting opgelegd tot betaling van € 10.000 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. 2. Verdachte heeft op 31 december 2015 cassatie doen instellen. Het dossier is op 23 juni 2016 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen.
Legislator headnote
AI generatedartikel 435 lid 1 Sv, artikel 437 Sv; ECLI:NL:PHR:2017:1179 · Parket bij de Hoge Raad: Vanwege de Procureur-Generaal is de aanzegging van artikel 435 lid 1 Sv op 22 juli 2016 betekend. Niet is gebleken dat binnen de in het tweede lid van artikel 437 Sv gestelde termijn door een advocaat namens verdachte een schriftuur, houdende middelen van cassatie, is ingezonden. Dat brengt met zich dat het cassatieberoep niet kan worden ontvangen. 3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden De zaken 16/03280 ([verdachte]) en 16/00057/P ([betrokkene]) hangen samen.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Nr. 16/00057 Mr. A.J. Machielse Zitting 12 september 2017 (bij vervroeging) Conclusie inzake: [betrokkene] 1. Het gerechtshof Amsterdam heeft op 18 december 2015 het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 7 februari 2013 in de ontnemingszaak tegen verdachte bevestigd. De rechtbank had aan verdachte de verplichting opgelegd tot betaling van € 10.000 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. 2. Verdachte heeft op 31 december 2015 cassatie doen instellen. Het dossier is op 23 juni 2016 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen.
Vanwege de Procureur-Generaal is de aanzegging van artikel 435 lid 1 Sv op 22 juli 2016 betekend. Niet is gebleken dat binnen de in het tweede lid van artikel 437 Sv gestelde termijn door een advocaat namens verdachte een schriftuur, houdende middelen van cassatie, is ingezonden. Dat brengt met zich dat het cassatieberoep niet kan worden ontvangen. 3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden De zaken 16/03280 ([verdachte]) en 16/00057/P ([betrokkene]) hangen samen.
In beide zaken wordt vandaag conclusie genomen.