Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2016:990 ECLI:NL:PHR:2016:990 AI generated

ECLI:NL:PHR:2016:990 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2016:990
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Verzoeker heeft middels een op 22 juni 2016 ter griffie van de Hoge Raad der Nederlanden ingekomen verzoekschrift beroep in cassatie ingesteld tegen de arresten van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 7 april 2016 en 16 juni 2016. In het laatstgenoemde arrest is de bij vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 december 2015 uitgesproken tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bekrachtigd. 2 Het cassatieverzoekschrift is ondertekend door mr. Tennebroek, die geen cassatieadvocaat is. De griffie van de Hoge Raad heeft mr.

Legislator headnote

AI generated

art. 426a Rv; ECLI:NL:PHR:2016:990 · Parket bij de Hoge Raad: Tennebroek op 1 juli 2016 bericht dat het verzoekschrift niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad en dat dit verzuim kan worden hersteld doordat binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad van het oorspronkelijke verzoekschrift, een advocaat bij de Hoge Raad een door hem getekend exemplaar van datzelfde verzoekschrift ter griffie indient. 3 Het verzuim is niet hersteld, zodat niet is voldaan aan het vereiste in art. 426a Rv. 4 De conclusie strekt derhalve tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.

Keywords

AI generated
art. 426a Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 426a Rv
3 Het verzuim is niet hersteld, zodat niet is voldaan aan het vereiste in art. 426a Rv.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

16/03201 mr. G.R.B. van Peursem 11 juli 2016 Conclusie inzake: [verzoeker], verzoeker tot cassatie, (hierna: verzoeker) advocaat mr. O.P.N.M. Tennebroek.

1. Verzoeker heeft middels een op 22 juni 2016 ter griffie van de Hoge Raad der Nederlanden ingekomen verzoekschrift beroep in cassatie ingesteld tegen de arresten van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 7 april 2016 en 16 juni 2016. In het laatstgenoemde arrest is de bij vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 december 2015 uitgesproken tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bekrachtigd. 2 Het cassatieverzoekschrift is ondertekend door mr. Tennebroek, die geen cassatieadvocaat is. De griffie van de Hoge Raad heeft mr.

Tennebroek op 1 juli 2016 bericht dat het verzoekschrift niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad en dat dit verzuim kan worden hersteld doordat binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad van het oorspronkelijke verzoekschrift, een advocaat bij de Hoge Raad een door hem getekend exemplaar van datzelfde verzoekschrift ter griffie indient. 3 Het verzuim is niet hersteld, zodat niet is voldaan aan het vereiste in art. 426a Rv. 4 De conclusie strekt derhalve tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G