Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2016:809 ECLI:NL:PHR:2016:809 AI generated

ECLI:NL:PHR:2016:809 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2016:809
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 15/04525 P Zitting: 28 juni (bij vervroeging) Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [betrokkene] Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 29 september 2014 aan de betrokkene de verplichting opgelegd om een bedrag van € 153.000,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Er bestaat samenhang met de zaak 14/05086P. Ook in die zaak zal ik vandaag concluderen. De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2016:809 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 15/04525 P Zitting: 28 juni (bij vervroeging) Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [betrokkene] Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 29 september 2014 aan de betrokkene de verplichting opgelegd om een bedrag van € 153.000,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Er bestaat samenhang met de zaak 14/05086P. Ook in die zaak zal ik vandaag concluderen. De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 15/04525 P Zitting: 28 juni (bij vervroeging) Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [betrokkene] Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 29 september 2014 aan de betrokkene de verplichting opgelegd om een bedrag van € 153.000,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Er bestaat samenhang met de zaak 14/05086P. Ook in die zaak zal ik vandaag concluderen. De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.

Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG