Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2016:800 ECLI:NL:PHR:2016:800 AI generated

ECLI:NL:PHR:2016:800 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2016:800
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 15/02471 Zitting: 28 juni 2016 Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 2 april 2015 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, op grond van art. 404, tweede lid onder b, Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Namens de verdachte heeft mr. M.J.F. Stelling, advocaat te Alphen aan den Rijn, middelen van cassatie voorgesteld. De kantonrechter heeft de verdachte bij vonnis van 4 oktober 2012 wegens overtreding van art. 447e Sr in verbinding met art. 2 Wet op de Identificatieplicht veroordeeld tot een geldboete van € 30,-.

Legislator headnote

AI generated

art. 447e Sr; ECLI:NL:PHR:2016:800 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 15/02471 Zitting: 28 juni 2016 Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 2 april 2015 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, op grond van art. 404, tweede lid onder b, Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Namens de verdachte heeft mr. M.J.F. Stelling, advocaat te Alphen aan den Rijn, middelen van cassatie voorgesteld. De kantonrechter heeft de verdachte bij vonnis van 4 oktober 2012 wegens overtreding van art. 447e Sr in verbinding met art. 2 Wet op de Identificatieplicht veroordeeld tot een geldboete van € 30,-.

Keywords

AI generated
art. 447e Sr

Cited Legislation

AI generated
art. 447e Sr
De kantonrechter heeft de verdachte bij vonnis van 4 oktober 2012 wegens overtreding van art. 447e Sr in verbinding met art.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 15/02471 Zitting: 28 juni 2016 Mr. E.J. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 2 april 2015 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, op grond van art. 404, tweede lid onder b, Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Namens de verdachte heeft mr. M.J.F. Stelling, advocaat te Alphen aan den Rijn, middelen van cassatie voorgesteld. De kantonrechter heeft de verdachte bij vonnis van 4 oktober 2012 wegens overtreding van art. 447e Sr in verbinding met art. 2 Wet op de Identificatieplicht veroordeeld tot een geldboete van € 30,-.

Gelet op art. 404, tweede lid aanhef en sub b, en art. 404, vierde lid, Sv staat voor een verdachte tegen een dergelijk vonnis geen rechtsmiddel open. Dat brengt mee dat het hof de verdachte terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep en voorts dat voor de verdachte evenmin beroep in cassatie openstaat, zodat de verdachte derhalve in het beroep niet kan worden ontvangen. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG