Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2016:481 ECLI:NL:PHR:2016:481 AI generated

ECLI:NL:PHR:2016:481 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2016:481
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 15/01205 Zitting: 19 april 2016 Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] 1. De verdachte is bij arrest van 2 maart 2015 door het gerechtshof Den Haag wegens “Medeplegen van diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met aftrek van voorarrest. Verder heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van het in beslag genomen geld.

Legislator headnote

AI generated

art. 435 Sv, art. 437 Sv, art. 437 lid 2 Sv; ECLI:NL:PHR:2016:481 · Parket bij de Hoge Raad: De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 7 september 2015 op rechtsgeldige wijze doch niet in persoon aan de verdachte betekend. Mr. S.B.J. Hiemstra, advocaat te Haarlem, heeft zich in cassatie als raadsman van de verdachte gesteld en is tijdig, bij brief van 7 september 2015, van de aanzegging aan zijn cliënt in kennis gesteld. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 6 november 2015. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.

Keywords

AI generated
art. 435 Sv art. 437 Sv art. 437 lid 2 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 435 Sv
De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 7 september 2015 op rechtsgeldige wijze doch niet in persoon aan de verdachte betekend.
art. 437 Sv
De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 6 november 2015.
art. 437 lid 2 Sv
Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 15/01205 Zitting: 19 april 2016 Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] 1. De verdachte is bij arrest van 2 maart 2015 door het gerechtshof Den Haag wegens “Medeplegen van diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met aftrek van voorarrest. Verder heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van het in beslag genomen geld.

2. Er bestaat samenhang met de zaak met nummer 15/01083. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

3. Tegen genoemde uitspraak is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld.

4. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 7 september 2015 op rechtsgeldige wijze doch niet in persoon aan de verdachte betekend. Mr. S.B.J. Hiemstra, advocaat te Haarlem, heeft zich in cassatie als raadsman van de verdachte gesteld en is tijdig, bij brief van 7 september 2015, van de aanzegging aan zijn cliënt in kennis gesteld. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 6 november 2015. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.

5. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Bedoeld zal zijn: Diefstal, begaan door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.