Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2016:356 ECLI:NL:PHR:2016:356 AI generated

ECLI:NL:PHR:2016:356 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2016:356
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 15/00782 Zitting: 8 maart 2016 Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verzoeker = verdachte] 1. Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 4 februari 2015 verzoeker ter zake van “valsheid in geschrift, meermalen gepleegd” en “de voortgezette handeling van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negentig dagen. 2. Namens verzoeker is beroep in cassatie ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2016:356 · Parket bij de Hoge Raad: Namens verzoeker is geen schriftuur houdende middelen van cassatie voorgesteld. 3. Nu verzoeker niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat verzoeker in het beroep niet kan worden ontvangen. 4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verzoeker in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG De zaken met de rolnummers 15/00779, 15/00782 en 15/00785 hangen samen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 15/00782 Zitting: 8 maart 2016 Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verzoeker = verdachte] 1. Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 4 februari 2015 verzoeker ter zake van “valsheid in geschrift, meermalen gepleegd” en “de voortgezette handeling van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negentig dagen. 2. Namens verzoeker is beroep in cassatie ingesteld.

Namens verzoeker is geen schriftuur houdende middelen van cassatie voorgesteld. 3. Nu verzoeker niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat verzoeker in het beroep niet kan worden ontvangen. 4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verzoeker in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG De zaken met de rolnummers 15/00779, 15/00782 en 15/00785 hangen samen.

In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.