ECLI:NL:PHR:2016:179 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 15/02059 Zitting: 9 februari 2016 (bij vervroeging) Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 17 maart 2015 verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep ter zake van het onder 3 tenlastegelegde, en verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van het onder 1, 2 en 4 bewezenverklaarde. Er bestaat samenhang met de zaak 15/02060. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen. Tegen deze uitspraak is namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
Legislator headnote
AI generatedart. 435 Sv, art. 437 Sv, art. 437 lid 2 Sv; ECLI:NL:PHR:2016:179 · Parket bij de Hoge Raad: De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 26 augustus 2015 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 26 oktober 2015. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Nr. 15/02059 Zitting: 9 februari 2016 (bij vervroeging) Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 17 maart 2015 verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep ter zake van het onder 3 tenlastegelegde, en verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van het onder 1, 2 en 4 bewezenverklaarde. Er bestaat samenhang met de zaak 15/02060. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen. Tegen deze uitspraak is namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv is op 26 augustus 2015 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 26 oktober 2015. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG