Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2015:687 ECLI:NL:PHR:2015:687 AI generated

ECLI:NL:PHR:2015:687 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2015:687
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Zaak 15/01772 Mr. P. Vlas Zitting, 22 mei 2012 Conclusie inzake: [verzoekster] tegen De Staat der Nederlanden (Ministerie van Veiligheid en Justitie, Immigratie- en Naturalisatiedienst) (hierna te noemen: de Staat) 1. Bij beschikking van 15 januari 2015 heeft de rechtbank Den Haag het verzoek van [verzoekster] tot vaststelling van het Nederlanderschap afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

art. 426a lid 1 Rv; ECLI:NL:PHR:2015:687 · Parket bij de Hoge Raad: Bij verzoekschrift, op 15 april 2015 ingekomen ter griffie van de Hoge Raad, heeft mr. L.C. Blok namens [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het verzoekschrift voldoet niet aan het vereiste van art. 426a lid 1 Rv dat het is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Bij brief van 17 april 2015 heeft de griffie van de Hoge Raad mr. Blok bericht dat het verzuim binnen 14 dagen kan worden hersteld. Bij schrijven van 1 mei 2015 heeft mr. Blok verzocht om verlenging van deze termijn met 14 dagen. De rolraadsheer heeft dit verzoek afgewezen, hetgeen aan mr. Blok bij brief van 8 mei 2015 door de griffie van de Hoge Raad is medegedeeld.

Keywords

AI generated
art. 426a lid 1 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 426a lid 1 Rv
Het verzoekschrift voldoet niet aan het vereiste van art. 426a lid 1 Rv dat het is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Zaak 15/01772 Mr. P. Vlas Zitting, 22 mei 2012 Conclusie inzake: [verzoekster] tegen De Staat der Nederlanden (Ministerie van Veiligheid en Justitie, Immigratie- en Naturalisatiedienst) (hierna te noemen: de Staat) 1. Bij beschikking van 15 januari 2015 heeft de rechtbank Den Haag het verzoek van [verzoekster] tot vaststelling van het Nederlanderschap afgewezen.

2. Bij verzoekschrift, op 15 april 2015 ingekomen ter griffie van de Hoge Raad, heeft mr. L.C. Blok namens [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het verzoekschrift voldoet niet aan het vereiste van art. 426a lid 1 Rv dat het is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Bij brief van 17 april 2015 heeft de griffie van de Hoge Raad mr. Blok bericht dat het verzuim binnen 14 dagen kan worden hersteld. Bij schrijven van 1 mei 2015 heeft mr. Blok verzocht om verlenging van deze termijn met 14 dagen. De rolraadsheer heeft dit verzoek afgewezen, hetgeen aan mr. Blok bij brief van 8 mei 2015 door de griffie van de Hoge Raad is medegedeeld.

3. Nu het genoemde verzuim niet is hersteld binnen de daarvoor gestelde termijn, kan [verzoekster] niet in haar cassatieberoep worden ontvangen.

4. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G Zie HR 10 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI0773, NJ 2010/212, m.nt. H.J. Snijders; HR 6 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:526.