ECLI:NL:PHR:2015:2763 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generated15/05760 Mr. F.F. Langemeijer 22 december 2015 Conclusie inzake het verzetschrift van [klager] 1. Bij schrijven van 10 december 2015 heeft [klager] (hierna: klager) te kennen gegeven zich bij de Hoge Raad te verzetten tegen de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 oktober 2014 (nr. K 13/0937). In die beschikking heeft het hof het beklag van klager over een vervolgingsbeslissing van de officier van justitie in het arrondissementsparket Oost-Nederland afgewezen als kennelijk ongegrond (art. 12c Wetboek van Strafvordering). 2. Klager kan in dit verzet niet worden ontvangen, omdat tegen een beschikking op beklag geen gewoon rechtsmiddel openstaat (art. 445 WvSv). 3. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van klager in zijn verzet. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, a. – g. Vgl. HR 18 juni 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2946, NJ 1999/628. Zie verder: M.S. Groenhuijsen e.a. (red.), Wetboek van Strafvordering, losbl., art. 12-13a, aantek. 7 (J.B.J. van der Ley).
Legislator headnote
AI generatedart. 12c Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:PHR:2015:2763 · Parket bij de Hoge Raad: 15/05760 Mr. F.F. Langemeijer 22 december 2015 Conclusie inzake het verzetschrift van [klager] 1. Bij schrijven van 10 december 2015 heeft [klager] (hierna: klager) te kennen gegeven zich bij de Hoge Raad te verzetten tegen de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 oktober 2014 (nr. K 13/0937). In die beschikking heeft het hof het beklag van klager over een vervolgingsbeslissing van de officier van justitie in het arrondissementsparket Oost-Nederland afgewezen als kennelijk ongegrond (art. 12c Wetboek van Strafvordering). 2. Klager kan in dit verzet niet worden ontvangen, omdat tegen een beschikking op beklag geen gewoon rechtsmiddel openstaat (art. 445 WvSv). 3. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van klager in zijn verzet. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, a. – g. Vgl. HR 18 juni 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2946, NJ 1999/628. Zie verder: M.S. Groenhuijsen e.a. (red.), Wetboek van Strafvordering, losbl., art. 12-13a, aantek. 7 (J.B.J. van der Ley).
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedCited Case Law
AI generatedFull text
15/05760 Mr. F.F. Langemeijer 22 december 2015 Conclusie inzake het verzetschrift van [klager] 1. Bij schrijven van 10 december 2015 heeft [klager] (hierna: klager) te kennen gegeven zich bij de Hoge Raad te verzetten tegen de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 oktober 2014 (nr. K 13/0937). In die beschikking heeft het hof het beklag van klager over een vervolgingsbeslissing van de officier van justitie in het arrondissementsparket Oost-Nederland afgewezen als kennelijk ongegrond (art. 12c Wetboek van Strafvordering). 2. Klager kan in dit verzet niet worden ontvangen, omdat tegen een beschikking op beklag geen gewoon rechtsmiddel openstaat (art. 445 WvSv). 3. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van klager in zijn verzet. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, a. – g. Vgl. HR 18 juni 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2946, NJ 1999/628. Zie verder: M.S. Groenhuijsen e.a. (red.), Wetboek van Strafvordering, losbl., art. 12-13a, aantek. 7 (J.B.J. van der Ley).