Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2015:2647 ECLI:NL:PHR:2015:2647 AI generated

ECLI:NL:PHR:2015:2647 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2015:2647
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 15/02657 Zitting: 22 december 2015 Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] Verdachte is bij arrest van 5 maart 2015 door het Gerechtshof Amsterdam wegens “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van honderdtwintig uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door zestig dagen hechtenis. Er bestaat samenhang tussen deze zaak en de zaak met nummer 15/01895 waarin ik vandaag eveneens zal concluderen. Namens de verdachte is op 18 maart 2015 beroep in cassatie ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2015:2647 · Parket bij de Hoge Raad: De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 8 juli 2015 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 15/02657 Zitting: 22 december 2015 Mr. T.N.B.M. Spronken Conclusie inzake: [verdachte] Verdachte is bij arrest van 5 maart 2015 door het Gerechtshof Amsterdam wegens “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van honderdtwintig uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door zestig dagen hechtenis. Er bestaat samenhang tussen deze zaak en de zaak met nummer 15/01895 waarin ik vandaag eveneens zal concluderen. Namens de verdachte is op 18 maart 2015 beroep in cassatie ingesteld.

De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 8 juli 2015 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG