ECLI:NL:PHR:2015:2405 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 14/03370 P Zitting: 10 november 2015 Mr. Hofstee Conclusie inzake: [betrokkene] 1. Het Gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 16 juni 2014 het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Den Haag in de ontnemingszaak tegen de betrokkene bevestigd. 2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de zaaknummers 14/03370 P en 14/03371. In beide zaken zal ik vandaag concluderen. 3. De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld. 4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv in verbinding met art. 511h Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard. 5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de betrokkene in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG
Legislator headnote
AI generatedart. 511h Sv; ECLI:NL:PHR:2015:2405 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 14/03370 P Zitting: 10 november 2015 Mr. Hofstee Conclusie inzake: [betrokkene] 1. Het Gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 16 juni 2014 het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Den Haag in de ontnemingszaak tegen de betrokkene bevestigd. 2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de zaaknummers 14/03370 P en 14/03371. In beide zaken zal ik vandaag concluderen. 3. De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld. 4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv in verbinding met art. 511h Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard. 5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de betrokkene in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Nr. 14/03370 P Zitting: 10 november 2015 Mr. Hofstee Conclusie inzake: [betrokkene] 1. Het Gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 16 juni 2014 het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Den Haag in de ontnemingszaak tegen de betrokkene bevestigd. 2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de zaaknummers 14/03370 P en 14/03371. In beide zaken zal ik vandaag concluderen. 3. De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld. 4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv in verbinding met art. 511h Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard. 5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de betrokkene in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG