ECLI:NL:PHR:2015:2124 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 15/01324 Mr. Machielse Zitting 8 september 2015 Conclusie inzake: [verdachte] 1.Op 25 november 2014 heeft het Gerechtshof Den Haag verdachte voor 4: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken. Voorts heeft het hof de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard in haar vordering. 2. Verdachte heeft cassatie doen instellen. Op 13 april 2015 heeft aanzegging als bedoeld in artikel 435 lid 1 Sv plaatsgevonden. Tot op heden is geen schriftuur, houdende middelen van cassatie, door een advocaat ingediend. 3. Nu niet is voldaan aan het vereiste van het tweede lid van artikel 437 Sv kan het cassatieberoep niet worden ontvangen. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden Deze zaak hangt samen met nr. 14/05995 ([medeverdachte]) waarin ik ook vandaag concludeer.
Legislator headnote
AI generatedartikel 435 lid 1 Sv, artikel 437 Sv; ECLI:NL:PHR:2015:2124 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 15/01324 Mr. Machielse Zitting 8 september 2015 Conclusie inzake: [verdachte] 1.Op 25 november 2014 heeft het Gerechtshof Den Haag verdachte voor 4: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken. Voorts heeft het hof de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard in haar vordering. 2. Verdachte heeft cassatie doen instellen. Op 13 april 2015 heeft aanzegging als bedoeld in artikel 435 lid 1 Sv plaatsgevonden. Tot op heden is geen schriftuur, houdende middelen van cassatie, door een advocaat ingediend. 3. Nu niet is voldaan aan het vereiste van het tweede lid van artikel 437 Sv kan het cassatieberoep niet worden ontvangen. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden Deze zaak hangt samen met nr. 14/05995 ([medeverdachte]) waarin ik ook vandaag concludeer.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Nr. 15/01324 Mr. Machielse Zitting 8 september 2015 Conclusie inzake: [verdachte] 1.Op 25 november 2014 heeft het Gerechtshof Den Haag verdachte voor 4: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken. Voorts heeft het hof de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard in haar vordering. 2. Verdachte heeft cassatie doen instellen. Op 13 april 2015 heeft aanzegging als bedoeld in artikel 435 lid 1 Sv plaatsgevonden. Tot op heden is geen schriftuur, houdende middelen van cassatie, door een advocaat ingediend. 3. Nu niet is voldaan aan het vereiste van het tweede lid van artikel 437 Sv kan het cassatieberoep niet worden ontvangen. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden Deze zaak hangt samen met nr. 14/05995 ([medeverdachte]) waarin ik ook vandaag concludeer.