ECLI:NL:PHR:2014:710 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generated14/00972 Mr. F.F. Langemeijer 16 mei 2014 Conclusie inzake: [verzoekers] tegen Ontvanger van de Belastingdienst/MKB 1. Bij afzonderlijke vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 2 januari 2014 zijn verzoekers tot cassatie (de schuldenaren) op verzoek van de Ontvanger in staat van faillissement verklaard. 2. Op het gezamenlijk hoger beroep van de schuldenaren heeft het gerechtshof Den Haag bij arrest van 11 februari 2014 beide vonnissen bekrachtigd. Bij verzoekschrift, gedateerd 20 februari 2014 en op diezelfde dag ingekomen ter griffie van de Hoge Raad, hebben de schuldenaren gezamenlijk beroep in cassatie ingesteld. 3.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2014:710 · Parket bij de Hoge Raad: Op grond van art. 12 Faillissementswet bedraagt de cassatietermijn acht dagen. Deze termijn verstreek op woensdag 19 februari 2014. Het cassatieberoep is derhalve te laat ingesteld. 4. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de schuldenaren in hun cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, a. - g. Vgl. HR 8 juli 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC0458, NJ 1988/105. Van een uitzondering wegens een apparaatsfout (vgl. HR 10 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT1097, NJ 2005/372), is in deze zaak niet gebleken.
Cited Case Law
AI generatedFull text
14/00972 Mr. F.F. Langemeijer 16 mei 2014 Conclusie inzake: [verzoekers] tegen Ontvanger van de Belastingdienst/MKB 1. Bij afzonderlijke vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 2 januari 2014 zijn verzoekers tot cassatie (de schuldenaren) op verzoek van de Ontvanger in staat van faillissement verklaard. 2. Op het gezamenlijk hoger beroep van de schuldenaren heeft het gerechtshof Den Haag bij arrest van 11 februari 2014 beide vonnissen bekrachtigd. Bij verzoekschrift, gedateerd 20 februari 2014 en op diezelfde dag ingekomen ter griffie van de Hoge Raad, hebben de schuldenaren gezamenlijk beroep in cassatie ingesteld. 3.
Op grond van art. 12 Faillissementswet bedraagt de cassatietermijn acht dagen. Deze termijn verstreek op woensdag 19 februari 2014. Het cassatieberoep is derhalve te laat ingesteld. 4. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de schuldenaren in hun cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, a. - g. Vgl. HR 8 juli 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC0458, NJ 1988/105. Van een uitzondering wegens een apparaatsfout (vgl. HR 10 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT1097, NJ 2005/372), is in deze zaak niet gebleken.