Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2014:658 ECLI:NL:PHR:2014:658 AI generated

ECLI:NL:PHR:2014:658 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2014:658
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 14/00250 Mr. Vegter Zitting 10 juni 2014 Standpunt/conclusie inzake: [verdachte] 1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden van 19 april 2013. Er is tijdig een schriftuur ingekomen. 2. Het eerste middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring en berust op de stelling dat het enkele feit dat er DNA van verdachte op een bij de overval gebruikte bivakmuts is aangetroffen onvoldoende is voor een bewezenverklaring. Er is geen twijfel over dat het gestelde ‘enkele feit’ onvoldoende is, maar van een enkel feit is gelet op de bewijsvoering van het Hof geen sprake. Het middel is kansloos en het tweede middel dat klaagt over schending van de redelijke termijn deelt bij gebrek aan belang in dat lot. 3. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep in cassatie nu het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Deze zaak hangt samen met de zaak [medeverdachte] (13/02285) waarin vandaag eveneens concludeer.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2014:658 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 14/00250 Mr. Vegter Zitting 10 juni 2014 Standpunt/conclusie inzake: [verdachte] 1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden van 19 april 2013. Er is tijdig een schriftuur ingekomen. 2. Het eerste middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring en berust op de stelling dat het enkele feit dat er DNA van verdachte op een bij de overval gebruikte bivakmuts is aangetroffen onvoldoende is voor een bewezenverklaring. Er is geen twijfel over dat het gestelde ‘enkele feit’ onvoldoende is, maar van een enkel feit is gelet op de bewijsvoering van het Hof geen sprake. Het middel is kansloos en het tweede middel dat klaagt over schending van de redelijke termijn deelt bij gebrek aan belang in dat lot. 3. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep in cassatie nu het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Deze zaak hangt samen met de zaak [medeverdachte] (13/02285) waarin vandaag eveneens concludeer.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 14/00250 Mr. Vegter Zitting 10 juni 2014 Standpunt/conclusie inzake: [verdachte] 1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden van 19 april 2013. Er is tijdig een schriftuur ingekomen. 2. Het eerste middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring en berust op de stelling dat het enkele feit dat er DNA van verdachte op een bij de overval gebruikte bivakmuts is aangetroffen onvoldoende is voor een bewezenverklaring. Er is geen twijfel over dat het gestelde ‘enkele feit’ onvoldoende is, maar van een enkel feit is gelet op de bewijsvoering van het Hof geen sprake. Het middel is kansloos en het tweede middel dat klaagt over schending van de redelijke termijn deelt bij gebrek aan belang in dat lot. 3. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep in cassatie nu het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Deze zaak hangt samen met de zaak [medeverdachte] (13/02285) waarin vandaag eveneens concludeer.