ECLI:NL:PHR:2014:656 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 13/04780 Mr. Vegter Zitting 10 juni 2014 Standpunt/conclusie inzake: [verdachte] 1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 17 december 2012. Er is tijdig een schriftuur ingekomen. Het eerste middel klaagt kennelijk over de motivering van de verwerping van een beroep op noodweer. De weerlegging van het verweer berust op puur feitelijke grond en is niet onbegrijpelijk. Dat thans in cassatie nog wordt betoogd dat het Hof nader onderzoek had kunnen doen naar de aard van de verwondingen van verdachte doet daar niet aan af. Het tweede middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring van poging tot doodslag. Er zou niet vaststaan in welke richting en welke kracht is gestoken zodat het Hof niet kon concluderen dat er een aanmerkelijke kans was op de dood door verwonding met het mes. Ik volsta met een citaat uit bewijsmiddel 4: “[verdachte] (verdachte; PV) werd boos en wierp zich met een stekende beweging met een mes op [slachtoffer] (het slachtoffer; PV).” Deze middelen zijn kansloos en bij die stand van zaken heeft verdachte geen belang bij het derde middel dat klaagt over schending van de redelijk termijn in cassatie.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2014:656 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 13/04780 Mr. Vegter Zitting 10 juni 2014 Standpunt/conclusie inzake: [verdachte] 1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 17 december 2012. Er is tijdig een schriftuur ingekomen. Het eerste middel klaagt kennelijk over de motivering van de verwerping van een beroep op noodweer. De weerlegging van het verweer berust op puur feitelijke grond en is niet onbegrijpelijk. Dat thans in cassatie nog wordt betoogd dat het Hof nader onderzoek had kunnen doen naar de aard van de verwondingen van verdachte doet daar niet aan af. Het tweede middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring van poging tot doodslag. Er zou niet vaststaan in welke richting en welke kracht is gestoken zodat het Hof niet kon concluderen dat er een aanmerkelijke kans was op de dood door verwonding met het mes. Ik volsta met een citaat uit bewijsmiddel 4: “[verdachte] (verdachte; PV) werd boos en wierp zich met een stekende beweging met een mes op [slachtoffer] (het slachtoffer; PV).” Deze middelen zijn kansloos en bij die stand van zaken heeft verdachte geen belang bij het derde middel dat klaagt over schending van de redelijk termijn in cassatie.
Full text
Nr. 13/04780 Mr. Vegter Zitting 10 juni 2014 Standpunt/conclusie inzake: [verdachte] 1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 17 december 2012. Er is tijdig een schriftuur ingekomen.
2. Het eerste middel klaagt kennelijk over de motivering van de verwerping van een beroep op noodweer. De weerlegging van het verweer berust op puur feitelijke grond en is niet onbegrijpelijk. Dat thans in cassatie nog wordt betoogd dat het Hof nader onderzoek had kunnen doen naar de aard van de verwondingen van verdachte doet daar niet aan af. Het tweede middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring van poging tot doodslag. Er zou niet vaststaan in welke richting en welke kracht is gestoken zodat het Hof niet kon concluderen dat er een aanmerkelijke kans was op de dood door verwonding met het mes. Ik volsta met een citaat uit bewijsmiddel 4: “[verdachte] (verdachte; PV) werd boos en wierp zich met een stekende beweging met een mes op [slachtoffer] (het slachtoffer; PV).” Deze middelen zijn kansloos en bij die stand van zaken heeft verdachte geen belang bij het derde middel dat klaagt over schending van de redelijk termijn in cassatie.
3. Het standpunt is dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het beroep in cassatie nu het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG