ECLI:NL:PHR:2014:647 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 13/01803 B Zitting: 1 april 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [klaagster] 1. Klaagster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de Rechtbank Dordrecht van 22 oktober 2012 met kenmerk RK 10/131. 2. De aanzegging als bedoeld in art. 447, lid 3, Sv is op 24 april 2013 betekend. De mededeling betekening is op 22 mei 2013 verzonden aan de advocaat van klaagster. De in het vijfde lid van art. 447 Sv gestelde termijn van een maand liep af op 24 juni 2013. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen. 3.
Legislator headnote
AI generatedart. 447 Sv; ECLI:NL:PHR:2014:647 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 13/01803 B Zitting: 1 april 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [klaagster] 1. Klaagster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de Rechtbank Dordrecht van 22 oktober 2012 met kenmerk RK 10/131. 2. De aanzegging als bedoeld in art. 447, lid 3, Sv is op 24 april 2013 betekend. De mededeling betekening is op 22 mei 2013 verzonden aan de advocaat van klaagster. De in het vijfde lid van art. 447 Sv gestelde termijn van een maand liep af op 24 juni 2013. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen. 3.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Nr. 13/01803 B Zitting: 1 april 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [klaagster] 1. Klaagster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de Rechtbank Dordrecht van 22 oktober 2012 met kenmerk RK 10/131. 2. De aanzegging als bedoeld in art. 447, lid 3, Sv is op 24 april 2013 betekend. De mededeling betekening is op 22 mei 2013 verzonden aan de advocaat van klaagster. De in het vijfde lid van art. 447 Sv gestelde termijn van een maand liep af op 24 juni 2013. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen. 3.
Nu klaagster niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan zij ingevolge art. 447, lid 5 Sv niet in haar cassatieberoep worden ontvangen. 4. De conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad klaagster niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG Deze zaak hangt samen met de zaken 13/00232 B, 13/00231 B en 13/01804 B, waarin ik heden eveneens concludeer.