ECLI:NL:PHR:2014:638 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 13/03445 Zitting: 3 juni 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 27 juni 2013 verdachte wegens 1 primair “diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen” en wegens 2 primair “afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en verdachte, ten behoeve van de benadeelde partij, een betalingsverplichting jegens de Staat opgelegd.
Legislator headnote
AI generatedart. 437 lid 2 Sv, art. 435 lid 1 Sv; ECLI:NL:PHR:2014:638 · Parket bij de Hoge Raad: De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is blijkens de akte van uitreiking op 30 december 2013 aan de verdachte in persoon betekend. Aan de raadsman van verdachte is op 3 januari 2014 een mededeling van die betekening verzonden. Namens verdachte zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Nr. 13/03445 Zitting: 3 juni 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 27 juni 2013 verdachte wegens 1 primair “diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen” en wegens 2 primair “afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en verdachte, ten behoeve van de benadeelde partij, een betalingsverplichting jegens de Staat opgelegd.
2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.
3. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is blijkens de akte van uitreiking op 30 december 2013 aan de verdachte in persoon betekend. Aan de raadsman van verdachte is op 3 januari 2014 een mededeling van die betekening verzonden. Namens verdachte zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
4. Ingevolge art. 437 lid 2 Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG Deze zaak hangt samen met de zaak 13/06187, waarin ik vandaag eveneens concludeer.