Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2014:61 ECLI:NL:PHR:2014:61 AI generated

ECLI:NL:PHR:2014:61 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2014:61
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 13/02406 Mr. Aben Zitting 28 januari 2014 Bestreden arrest: Gerechtshof ’s-Gravenhage d.d. 8 maart 2013 Standpunt c.q. conclusie inzake: [verdachte] Het eerste middel, dat klaagt dat de poging doodslag niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid, miskent dat het hof zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de verdachte door het hoofd van het slachtoffer met kracht tot tweemaal toe tegen de stoeprand of het wegdek te slaan bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer als gevolg daarvan zou kunnen komen te overlijden.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2014:61 · Parket bij de Hoge Raad: Het tweede middel stuit af op de aan de rechter toekomende vrijheid in de selectie en waardering van de bewijsmiddelen. ’s Hofs oordeel waarom het geen aanleiding ziet de verklaringen van twee getuigen als onaannemelijk of ongeloofwaardig terzijde te schuiven is bovendien toereikend gemotiveerd. Het derde middel is evident kansloos, nu ’s hofs verwerping van het beroep op noodweer geenszins onbegrijpelijk is en evenmin blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. De klacht kan worden afgedaan op de voet van artikel 80a RO. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, n.d.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 13/02406 Mr. Aben Zitting 28 januari 2014 Bestreden arrest: Gerechtshof ’s-Gravenhage d.d. 8 maart 2013 Standpunt c.q. conclusie inzake: [verdachte] Het eerste middel, dat klaagt dat de poging doodslag niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid, miskent dat het hof zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de verdachte door het hoofd van het slachtoffer met kracht tot tweemaal toe tegen de stoeprand of het wegdek te slaan bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer als gevolg daarvan zou kunnen komen te overlijden.

Het tweede middel stuit af op de aan de rechter toekomende vrijheid in de selectie en waardering van de bewijsmiddelen. ’s Hofs oordeel waarom het geen aanleiding ziet de verklaringen van twee getuigen als onaannemelijk of ongeloofwaardig terzijde te schuiven is bovendien toereikend gemotiveerd. Het derde middel is evident kansloos, nu ’s hofs verwerping van het beroep op noodweer geenszins onbegrijpelijk is en evenmin blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. De klacht kan worden afgedaan op de voet van artikel 80a RO. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, n.d.