Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2014:548 ECLI:NL:PHR:2014:548 AI generated

ECLI:NL:PHR:2014:548 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2014:548
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 13/02348 Zitting 15 april 2014 Mr. Harteveld Conclusie inzake: [verdachte] 1. Mr. R. Pothast, advocaat te Amsterdam, heeft in deze zaak bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. Het middel klaagt dat het Hof het voorwaardelijk opzet van verdachte als medeplichtige op bedreiging met zware mishandeling ontoereikend heeft gemotiveerd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2014:548 · Parket bij de Hoge Raad: Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Deze zaak hangt samen met nr. 13/04115 ([medeverdachte 1]) en nr. 13/02671 ([medeverdachte 3]), in welke zaken ik eveneens vandaag zal concluderen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 13/02348 Zitting 15 april 2014 Mr. Harteveld Conclusie inzake: [verdachte] 1. Mr. R. Pothast, advocaat te Amsterdam, heeft in deze zaak bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

2. Het middel klaagt dat het Hof het voorwaardelijk opzet van verdachte als medeplichtige op bedreiging met zware mishandeling ontoereikend heeft gemotiveerd.

3. Het middel berust op een te beperkte lezing van de bestreden uitspraak. Het Hof heeft niet alleen in aanmerking genomen dat verdachte wist dat één van de twee broers die hij met de auto na een zoektocht naar [slachtoffer] bracht gewoonlijk een mes bij zich droeg, maar ook (onder meer) dat het ging om ‘een situatie van levensbelang’ en dat hij hoorde dat de broers afspraken om ieder vanaf een andere kant op die [slachtoffer] af te gaan. Verdachte is blijven wachten en heeft de broers na het steekincident thuis gebracht, terwijl voorts uit een opgenomen vertrouwelijk gesprek tussen de broers blijkt dat verdachte zijn eigen rol heeft gebagatelliseerd. Tegen de achtergrond van deze feitelijke vaststellingen van het Hof is het aangenomen (ten minste voorwaardelijk) opzet toereikend gemotiveerd.

4. Het middel is evident tevergeefs voorgesteld.

5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Deze zaak hangt samen met nr. 13/04115 ([medeverdachte 1]) en nr. 13/02671 ([medeverdachte 3]), in welke zaken ik eveneens vandaag zal concluderen.