ECLI:NL:PHR:2014:326 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 13/02729 Zitting: 1 april 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. 2. Anders dan het middel wil, doet aan de begrijpelijkheid van ’s Hofs overwegingen – waarin als zijn oordeel besloten ligt dat het gewelddadig optreden van de verdachte geen verdedigend karakter had – niet af dat het Hof in het midden heeft gelaten of de verdachte het mes van huis is gaan ophalen dan wel, zoals hij zelf verklaarde, uit de bosjes is gaan pakken waar hij het had verstopt omdat je nooit weet wanneer dat van pas komt. Het middel kan derhalve klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden. 3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk wordt verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2014:326 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 13/02729 Zitting: 1 april 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. 2. Anders dan het middel wil, doet aan de begrijpelijkheid van ’s Hofs overwegingen – waarin als zijn oordeel besloten ligt dat het gewelddadig optreden van de verdachte geen verdedigend karakter had – niet af dat het Hof in het midden heeft gelaten of de verdachte het mes van huis is gaan ophalen dan wel, zoals hij zelf verklaarde, uit de bosjes is gaan pakken waar hij het had verstopt omdat je nooit weet wanneer dat van pas komt. Het middel kan derhalve klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden. 3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk wordt verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG
Full text
Nr. 13/02729 Zitting: 1 april 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. 2. Anders dan het middel wil, doet aan de begrijpelijkheid van ’s Hofs overwegingen – waarin als zijn oordeel besloten ligt dat het gewelddadig optreden van de verdachte geen verdedigend karakter had – niet af dat het Hof in het midden heeft gelaten of de verdachte het mes van huis is gaan ophalen dan wel, zoals hij zelf verklaarde, uit de bosjes is gaan pakken waar hij het had verstopt omdat je nooit weet wanneer dat van pas komt. Het middel kan derhalve klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden. 3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk wordt verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG