ECLI:NL:PHR:2014:2747 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 13/03398 Zitting: 2 december 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. 2. Het middel, dat klaagt dat Hof onvoldoende gemotiveerd voorbij is gegaan aan het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt strekkende tot vrijspraak, faalt. Het hof heeft in een bewijsmotivering overwogen dat en waarom het, in afwijking van de verdediging, wel geloof hecht aan de tot bewijs gebezigde verklaringen van de aangever, en mede gelet daarop vindt het standpunt van de verdediging dat van de ten laste gelegde poging tot afpersing geen sprake is geweest, zijn weerlegging in de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2014:2747 · Parket bij de Hoge Raad: Het voorgaande betekent dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. 3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk wordt verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG Deze zaak hangt samen met de zaken onder de nummers 13/04457 en 14/03259, waarin ik vandaag eveneens concludeer.
Full text
Nr. 13/03398 Zitting: 2 december 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. 2. Het middel, dat klaagt dat Hof onvoldoende gemotiveerd voorbij is gegaan aan het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt strekkende tot vrijspraak, faalt. Het hof heeft in een bewijsmotivering overwogen dat en waarom het, in afwijking van de verdediging, wel geloof hecht aan de tot bewijs gebezigde verklaringen van de aangever, en mede gelet daarop vindt het standpunt van de verdediging dat van de ten laste gelegde poging tot afpersing geen sprake is geweest, zijn weerlegging in de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen.
Het voorgaande betekent dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. 3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk wordt verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG Deze zaak hangt samen met de zaken onder de nummers 13/04457 en 14/03259, waarin ik vandaag eveneens concludeer.