Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2014:2568 ECLI:NL:PHR:2014:2568 AI generated

ECLI:NL:PHR:2014:2568 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2014:2568
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 14/03227 Zitting: 9 december 2014 Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 14 mei 2014. Namens verzoeker is tijdig een schriftuur houdende twee middelen van cassatie ingezonden. 2. Het eerste middel klaagt dat het Hof het alternatieve scenario dat door de verdediging is geschetst op onjuiste dan wel op onbegrijpelijk gronden is verworpen. Het Hof heeft het alternatieve scenario besproken en als onaannemelijk en ongeloofwaardig terzijde geschoven. Daaraan kan ik niet iets onjuist of onbegrijpelijks ontdekken. Het tweede middel klaagt over het bewezenverklaarde opzet op de dood van de mannelijke bewoner van het huis. Anders dan de steller van het middel wil, kan het (voorwaardelijk) opzet uit de door het Hof gebezigde bewijsconstructie worden afgeleid. 3. Nu de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden, stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2014:2568 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 14/03227 Zitting: 9 december 2014 Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 14 mei 2014. Namens verzoeker is tijdig een schriftuur houdende twee middelen van cassatie ingezonden. 2. Het eerste middel klaagt dat het Hof het alternatieve scenario dat door de verdediging is geschetst op onjuiste dan wel op onbegrijpelijk gronden is verworpen. Het Hof heeft het alternatieve scenario besproken en als onaannemelijk en ongeloofwaardig terzijde geschoven. Daaraan kan ik niet iets onjuist of onbegrijpelijks ontdekken. Het tweede middel klaagt over het bewezenverklaarde opzet op de dood van de mannelijke bewoner van het huis. Anders dan de steller van het middel wil, kan het (voorwaardelijk) opzet uit de door het Hof gebezigde bewijsconstructie worden afgeleid. 3. Nu de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden, stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 14/03227 Zitting: 9 december 2014 Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 14 mei 2014. Namens verzoeker is tijdig een schriftuur houdende twee middelen van cassatie ingezonden. 2. Het eerste middel klaagt dat het Hof het alternatieve scenario dat door de verdediging is geschetst op onjuiste dan wel op onbegrijpelijk gronden is verworpen. Het Hof heeft het alternatieve scenario besproken en als onaannemelijk en ongeloofwaardig terzijde geschoven. Daaraan kan ik niet iets onjuist of onbegrijpelijks ontdekken. Het tweede middel klaagt over het bewezenverklaarde opzet op de dood van de mannelijke bewoner van het huis. Anders dan de steller van het middel wil, kan het (voorwaardelijk) opzet uit de door het Hof gebezigde bewijsconstructie worden afgeleid. 3. Nu de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden, stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG