Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2014:2446 ECLI:NL:PHR:2014:2446 AI generated

ECLI:NL:PHR:2014:2446 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2014:2446
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 13/00291 Zitting: 4 november 2014 Mr. Vellinga Conclusie inzake: [verdachte] 1. Namens verdachte is beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch d.d. 26 november 2012. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 13/00300, 13/00303 en 13/00291. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2014:2446 · Parket bij de Hoge Raad: Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient verdachte niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 13/00291 Zitting: 4 november 2014 Mr. Vellinga Conclusie inzake: [verdachte] 1. Namens verdachte is beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch d.d. 26 november 2012.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 13/00300, 13/00303 en 13/00291. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.

3. De verdachte heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie ingediend.

4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient verdachte niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.

5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Zie in dat verband ook de brief van verdachtes raadsman d.d. 30 december 2013 waarin wordt medegedeeld dat namens de verdachte geen schriftuur houdende middelen van cassatie zal worden ingediend.