Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2014:2418 ECLI:NL:PHR:2014:2418 AI generated

ECLI:NL:PHR:2014:2418 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2014:2418
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 14/02483 Zitting: 2 december 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het middel, dat klaagt dat het Hof ten onrechte geen beslissing heeft gegeven op het beroep op putatief noodweerexces dat zou zijn gedaan, faalt omdat het Hof het aangevoerde niet als een zodanig verweer had hoeven op te vatten. Daarbij kan erop worden gewezen dat noch de verdachte, noch diens raadsman het aangevoerde als een beroep op putatief noodweerexces heeft gekwalificeerd, terwijl de aangevoerde feiten niet inhouden dat de verdachte verschoonbaar heeft gedwaald omtrent de feitelijke situatie. Dat de verdachte dacht of bang was dat het latere slachtoffer de tuin zou inkomen om de mishandeling van zijn, verdachtes, vriendin “af te maken”, levert zelfs niet het begin van een beroep op putatief noodweerexces op, maar onderstreept slechts dat er geen ogenblikkelijk dreigend gevaar was voor een (voortzetting van de) wederrechtelijke aanranding van zijn vriendin. Het voorgaande betekent dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2014:2418 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 14/02483 Zitting: 2 december 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het middel, dat klaagt dat het Hof ten onrechte geen beslissing heeft gegeven op het beroep op putatief noodweerexces dat zou zijn gedaan, faalt omdat het Hof het aangevoerde niet als een zodanig verweer had hoeven op te vatten. Daarbij kan erop worden gewezen dat noch de verdachte, noch diens raadsman het aangevoerde als een beroep op putatief noodweerexces heeft gekwalificeerd, terwijl de aangevoerde feiten niet inhouden dat de verdachte verschoonbaar heeft gedwaald omtrent de feitelijke situatie. Dat de verdachte dacht of bang was dat het latere slachtoffer de tuin zou inkomen om de mishandeling van zijn, verdachtes, vriendin “af te maken”, levert zelfs niet het begin van een beroep op putatief noodweerexces op, maar onderstreept slechts dat er geen ogenblikkelijk dreigend gevaar was voor een (voortzetting van de) wederrechtelijke aanranding van zijn vriendin. Het voorgaande betekent dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 14/02483 Zitting: 2 december 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

2. Het middel, dat klaagt dat het Hof ten onrechte geen beslissing heeft gegeven op het beroep op putatief noodweerexces dat zou zijn gedaan, faalt omdat het Hof het aangevoerde niet als een zodanig verweer had hoeven op te vatten. Daarbij kan erop worden gewezen dat noch de verdachte, noch diens raadsman het aangevoerde als een beroep op putatief noodweerexces heeft gekwalificeerd, terwijl de aangevoerde feiten niet inhouden dat de verdachte verschoonbaar heeft gedwaald omtrent de feitelijke situatie. Dat de verdachte dacht of bang was dat het latere slachtoffer de tuin zou inkomen om de mishandeling van zijn, verdachtes, vriendin “af te maken”, levert zelfs niet het begin van een beroep op putatief noodweerexces op, maar onderstreept slechts dat er geen ogenblikkelijk dreigend gevaar was voor een (voortzetting van de) wederrechtelijke aanranding van zijn vriendin. Het voorgaande betekent dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.

3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk wordt verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG