Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2014:234 ECLI:NL:PHR:2014:234 AI generated

ECLI:NL:PHR:2014:234 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2014:234
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 13/01761 Zitting: 4 februari 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Den Haag. 2. Het eerste middel faalt omdat het berust op de onjuiste rechtsopvatting dat de Salduz-jurisprudentie ook van toepassing is ten aanzien van verdachten die niet zijn aangehouden (zie o.m. HR 7 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6908). Het tweede middel faalt omdat het verzoek om de bedoelde deskundige te horen eerst bij pleidooi is gedaan (HR 4 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO6130).

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2014:234 · Parket bij de Hoge Raad: Het derde middel, dat klaagt dat het Hof “niets” heeft opgemerkt met betrekking tot de betrouwbaarheid van de enkelvoudige fotoconfrontaties, faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. De middelen kunnen derhalve klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden. 3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk wordt verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG De onderhavige zaak hangt samen met zaak nr. 13/01762, waarin ik vandaag eveneens concludeer.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 13/01761 Zitting: 4 februari 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Den Haag. 2. Het eerste middel faalt omdat het berust op de onjuiste rechtsopvatting dat de Salduz-jurisprudentie ook van toepassing is ten aanzien van verdachten die niet zijn aangehouden (zie o.m. HR 7 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6908). Het tweede middel faalt omdat het verzoek om de bedoelde deskundige te horen eerst bij pleidooi is gedaan (HR 4 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO6130).

Het derde middel, dat klaagt dat het Hof “niets” heeft opgemerkt met betrekking tot de betrouwbaarheid van de enkelvoudige fotoconfrontaties, faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. De middelen kunnen derhalve klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden. 3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk wordt verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG De onderhavige zaak hangt samen met zaak nr. 13/01762, waarin ik vandaag eveneens concludeer.