ECLI:NL:PHR:2014:2067 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 13/02466 P Zitting: 28 oktober 2014 Mr. Hofstee Conclusie inzake: [betrokkene] 1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 30 november 2012. 2. De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld. 3. Ingevolge art. 511h Sv in verbinding met art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard. 4. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de betrokkene in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Deze zaak hangt samen met de zaak met griffienummer 12/05934, in welke zaak ik heden eveneens concludeer.
Legislator headnote
AI generatedart. 511h Sv; ECLI:NL:PHR:2014:2067 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 13/02466 P Zitting: 28 oktober 2014 Mr. Hofstee Conclusie inzake: [betrokkene] 1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 30 november 2012. 2. De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld. 3. Ingevolge art. 511h Sv in verbinding met art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard. 4. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de betrokkene in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Deze zaak hangt samen met de zaak met griffienummer 12/05934, in welke zaak ik heden eveneens concludeer.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Nr. 13/02466 P Zitting: 28 oktober 2014 Mr. Hofstee Conclusie inzake: [betrokkene] 1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 30 november 2012. 2. De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld. 3. Ingevolge art. 511h Sv in verbinding met art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard. 4. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de betrokkene in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Deze zaak hangt samen met de zaak met griffienummer 12/05934, in welke zaak ik heden eveneens concludeer.