Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2014:1924 ECLI:NL:PHR:2014:1924 AI generated

ECLI:NL:PHR:2014:1924 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2014:1924
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 12/01858P Zitting: 9 september 2014 Mr. Vellinga Conclusie inzake: [betrokkene] 1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft het door de veroordeelde uit misdrijven, ter zake waarvan hij is veroordeeld bij arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 16 maart 2012, verkregen voordeel vastgesteld op € 1.095.474,20 en aan de veroordeelde ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.095.474,20. 2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummer 12/01660, 12/01740, 12/01857, 12/01858P, 12/01859, 12/01860 en 12/01861P.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2014:1924 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 12/01858P Zitting: 9 september 2014 Mr. Vellinga Conclusie inzake: [betrokkene] 1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft het door de veroordeelde uit misdrijven, ter zake waarvan hij is veroordeeld bij arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 16 maart 2012, verkregen voordeel vastgesteld op € 1.095.474,20 en aan de veroordeelde ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.095.474,20. 2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummer 12/01660, 12/01740, 12/01857, 12/01858P, 12/01859, 12/01860 en 12/01861P.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 12/01858P Zitting: 9 september 2014 Mr. Vellinga Conclusie inzake: [betrokkene] 1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft het door de veroordeelde uit misdrijven, ter zake waarvan hij is veroordeeld bij arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 16 maart 2012, verkregen voordeel vastgesteld op € 1.095.474,20 en aan de veroordeelde ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.095.474,20. 2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummer 12/01660, 12/01740, 12/01857, 12/01858P, 12/01859, 12/01860 en 12/01861P.

In al deze zaken zal ik vandaag concluderen. 3. Namens veroordeelde heeft mr. M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld. 4. Nu het middel strekt tot vernietiging van het arrest in de hoofdzaak en de veroordeelde overigens geen middelen heeft voorgesteld kan de veroordeelde in het onderhavige cassatieberoep niet worden ontvangen (HR 8 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM8030). 5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de veroordeelde in zijn beroep in cassatie. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG