ECLI:NL:PHR:2014:1790 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 13/04797 Zitting: 26 augustus 2014 Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte = verzoeker] 1. Namens verzoeker is beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage d.d. 21 december 2012. 2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 13/04797, 13/00433, 13/04795, 12/05905 en 13/00377. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen. 3. Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld. 4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard. 5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van verzoeker in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2014:1790 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 13/04797 Zitting: 26 augustus 2014 Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte = verzoeker] 1. Namens verzoeker is beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage d.d. 21 december 2012. 2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 13/04797, 13/00433, 13/04795, 12/05905 en 13/00377. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen. 3. Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld. 4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard. 5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van verzoeker in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG
Full text
Nr. 13/04797 Zitting: 26 augustus 2014 Mr. Hofstee Conclusie inzake: [verdachte = verzoeker] 1. Namens verzoeker is beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage d.d. 21 december 2012. 2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 13/04797, 13/00433, 13/04795, 12/05905 en 13/00377. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen. 3. Verzoeker heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie voorgesteld. 4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard. 5. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van verzoeker in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG