Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2014:1539 ECLI:NL:PHR:2014:1539 AI generated

ECLI:NL:PHR:2014:1539 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2014:1539
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 12/01257 E Zitting: 10 juni 2014 Mr. Aben Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het gerechtshof te ‘s-Gravenhage heeft bij arrest van 3 februari 2012 de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde “medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 3, vierde lid, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening, meermalen gepleegd” en ter zake van het onder 6, eerste cumulatief bewezenverklaarde “doen plegen van valsheid in geschrift,” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van voorarrest.

Legislator headnote

AI generated

art. 437 Sv; ECLI:NL:PHR:2014:1539 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 12/01257 E Zitting: 10 juni 2014 Mr. Aben Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het gerechtshof te ‘s-Gravenhage heeft bij arrest van 3 februari 2012 de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde “medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 3, vierde lid, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening, meermalen gepleegd” en ter zake van het onder 6, eerste cumulatief bewezenverklaarde “doen plegen van valsheid in geschrift,” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van voorarrest.

Keywords

AI generated
art. 437 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 437 Sv
De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 18 november 2013.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 12/01257 E Zitting: 10 juni 2014 Mr. Aben Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het gerechtshof te ‘s-Gravenhage heeft bij arrest van 3 februari 2012 de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde “medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 3, vierde lid, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening, meermalen gepleegd” en ter zake van het onder 6, eerste cumulatief bewezenverklaarde “doen plegen van valsheid in geschrift,” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van voorarrest.

2. Deze zaak hangt samen met zaaknummers 13/04398 E, 13/04334 E, 13/04394 E en 13/04396 E. In alle zaken zal ik vandaag concluderen.

3. De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld.

4. De aanzegging ex artikel 435, lid 1, Sv is op 17 september 2013 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 18 november 2013. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.

5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG