ECLI:NL:PHR:2014:1522 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 14/00740 Zitting: 8 juli 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [de veroordeelde] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een beschikking van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. 2. Het oordeel van het Hof dat tegen de beslissing van de Rechtbank op de in art. 15d lid 4 Sr bedoelde vordering van het openbaar ministerie geen hoger beroep openstaat, is gezien het bepaalde in art. 14f lid 5 Sr juist. Art. 6 EVRM, waarop in de schriftuur een beroep wordt gedaan, maakt dat niet anders, reeds omdat van een ‘determination of a criminal charge’ in de onderhavige procedure geen sprake is, zodat het artikel toepassing mist. Het voorgaande brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. 3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO, dat ook toepassing kan vinden als zich een andere grond voor niet-ontvankelijkheid voordoet, niet-ontvankelijk wordt verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG
Legislator headnote
AI generatedart. 15d lid 4 Sr, art. 14f lid 5 Sr, Art. 6 EVRM; ECLI:NL:PHR:2014:1522 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 14/00740 Zitting: 8 juli 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [de veroordeelde] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een beschikking van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. 2. Het oordeel van het Hof dat tegen de beslissing van de Rechtbank op de in art. 15d lid 4 Sr bedoelde vordering van het openbaar ministerie geen hoger beroep openstaat, is gezien het bepaalde in art. 14f lid 5 Sr juist. Art. 6 EVRM, waarop in de schriftuur een beroep wordt gedaan, maakt dat niet anders, reeds omdat van een ‘determination of a criminal charge’ in de onderhavige procedure geen sprake is, zodat het artikel toepassing mist. Het voorgaande brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. 3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO, dat ook toepassing kan vinden als zich een andere grond voor niet-ontvankelijkheid voordoet, niet-ontvankelijk wordt verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Nr. 14/00740 Zitting: 8 juli 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [de veroordeelde] 1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een beschikking van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. 2. Het oordeel van het Hof dat tegen de beslissing van de Rechtbank op de in art. 15d lid 4 Sr bedoelde vordering van het openbaar ministerie geen hoger beroep openstaat, is gezien het bepaalde in art. 14f lid 5 Sr juist. Art. 6 EVRM, waarop in de schriftuur een beroep wordt gedaan, maakt dat niet anders, reeds omdat van een ‘determination of a criminal charge’ in de onderhavige procedure geen sprake is, zodat het artikel toepassing mist. Het voorgaande brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. 3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO, dat ook toepassing kan vinden als zich een andere grond voor niet-ontvankelijkheid voordoet, niet-ontvankelijk wordt verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG