Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2014:1173 ECLI:NL:PHR:2014:1173 AI generated

ECLI:NL:PHR:2014:1173 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2014:1173
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 13/02475 Zitting: 25 maart 2014 Bestreden arrest: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem d.d. 8 maart 2013 Mr. Aben Standpunt inzake: [verdachte] Het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte – kort gezegd - veroordeeld voor “mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een kaakfractuur en zenuwletsel en tandletsel ten gevolge heeft”. Het middel klaagt dat ’s hofs oordeel dat sprake is van lichamelijk letsel onbegrijpelijk dan wel onvoldoende is gemotiveerd. Nu de gebezigde bewijsmiddelen als geneeskundige verklaring van de GGD respectievelijk de kaakchirurg in opleiding inhouden dat de kaak van het slachtoffer op drie plaatsen gebroken was en dat daarvoor een ‘kaakchirurgische behandeling’ noodzakelijk was, is het bewezenverklaarde “zwaar lichamelijk letsel” reeds daarom toereikend gemotiveerd en faalt het middel.

Legislator headnote

AI generated

art. 82 Sr; ECLI:NL:PHR:2014:1173 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 13/02475 Zitting: 25 maart 2014 Bestreden arrest: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem d.d. 8 maart 2013 Mr. Aben Standpunt inzake: [verdachte] Het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte – kort gezegd - veroordeeld voor “mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een kaakfractuur en zenuwletsel en tandletsel ten gevolge heeft”. Het middel klaagt dat ’s hofs oordeel dat sprake is van lichamelijk letsel onbegrijpelijk dan wel onvoldoende is gemotiveerd. Nu de gebezigde bewijsmiddelen als geneeskundige verklaring van de GGD respectievelijk de kaakchirurg in opleiding inhouden dat de kaak van het slachtoffer op drie plaatsen gebroken was en dat daarvoor een ‘kaakchirurgische behandeling’ noodzakelijk was, is het bewezenverklaarde “zwaar lichamelijk letsel” reeds daarom toereikend gemotiveerd en faalt het middel.

Keywords

AI generated
art. 82 Sr

Cited Legislation

AI generated
art. 82 Sr
Ten overvloede merk ik op dat voor zover het middel op de opvatting berust dat indien het bewezenverklaarde letsel uit meerdere verwondingen bestaat, elke verwonding afzonderlijk als zwaar lichamelijk letsel in de zin van art. 82 Sr moet kunnen worden aangemerkt, het een eis stelt die het recht niet kent.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 13/02475 Zitting: 25 maart 2014 Bestreden arrest: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem d.d. 8 maart 2013 Mr. Aben Standpunt inzake: [verdachte] Het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte – kort gezegd - veroordeeld voor “mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een kaakfractuur en zenuwletsel en tandletsel ten gevolge heeft”. Het middel klaagt dat ’s hofs oordeel dat sprake is van lichamelijk letsel onbegrijpelijk dan wel onvoldoende is gemotiveerd. Nu de gebezigde bewijsmiddelen als geneeskundige verklaring van de GGD respectievelijk de kaakchirurg in opleiding inhouden dat de kaak van het slachtoffer op drie plaatsen gebroken was en dat daarvoor een ‘kaakchirurgische behandeling’ noodzakelijk was, is het bewezenverklaarde “zwaar lichamelijk letsel” reeds daarom toereikend gemotiveerd en faalt het middel.

Ten overvloede merk ik op dat voor zover het middel op de opvatting berust dat indien het bewezenverklaarde letsel uit meerdere verwondingen bestaat, elke verwonding afzonderlijk als zwaar lichamelijk letsel in de zin van art. 82 Sr moet kunnen worden aangemerkt, het een eis stelt die het recht niet kent. Het middel kan worden afgedaan op de voet van artikel 80a RO. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, n.d. Vgl. HR 1 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4637. De Hoge Raad vernietigde conform CAG voor feit 2 en verwees de zaak slechts voor dat feit naar een ander hof, terwijl het hof in feit 1 een dubbelzijdige breuk van de onderkaak had aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel en het middel tevens klaagde dat het in dit feit bedoelde zwaar lichamelijk letsel ontoereikend was gemotiveerd.