Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2014:1057 ECLI:NL:PHR:2014:1057 AI generated

ECLI:NL:PHR:2014:1057 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2014:1057
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 13/00037 B Zitting: 1 april 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [klaagster] 1. De Rechtbank te Middelburg heeft bij beschikking van 13 november 2012 een namens [klaagster] ingediend klaagschrift als bedoeld in art. 1:37 van de Algemene Douanewet ongegrond verklaard en voorts afgewezen hetgeen meer verzocht is.

Legislator headnote

AI generated

art. 447 lid 3 Sv, art. 447 lid 5 Sv; ECLI:NL:PHR:2014:1057 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 13/00037 B Zitting: 1 april 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [klaagster] 1. De Rechtbank te Middelburg heeft bij beschikking van 13 november 2012 een namens [klaagster] ingediend klaagschrift als bedoeld in art. 1:37 van de Algemene Douanewet ongegrond verklaard en voorts afgewezen hetgeen meer verzocht is.

Keywords

AI generated
art. 447 lid 3 Sv art. 447 lid 5 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 447 lid 3 Sv
Op 29 januari 2013 is de aanzegging als bedoeld in art. 447 lid 3 Sv in persoon aan betrokkene uitgereikt.
art. 447 lid 5 Sv
De in art. 447 lid 5 Sv gestelde termijn om een schriftuur in te dienen, liep af op 28 februari 2013.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 13/00037 B Zitting: 1 april 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [klaagster] 1. De Rechtbank te Middelburg heeft bij beschikking van 13 november 2012 een namens [klaagster] ingediend klaagschrift als bedoeld in art. 1:37 van de Algemene Douanewet ongegrond verklaard en voorts afgewezen hetgeen meer verzocht is.

2. Mr. H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht, heeft bij schriftuur twee middelen van cassatie voorgesteld. Ik zal deze middelen niet bespreken nu ik zal concluderen tot niet-ontvankelijkheid van klager in het ingestelde beroep. Ik licht dat als volgt toe.

3. Op 29 januari 2013 is de aanzegging als bedoeld in art. 447 lid 3 Sv in persoon aan betrokkene uitgereikt. De mededeling betekening is op 11 februari 2013 verzonden. De in art. 447 lid 5 Sv gestelde termijn om een schriftuur in te dienen, liep af op 28 februari 2013. Blijkens de afdruk op de per fax ingediende schriftuur is deze op 1 maart 2013 om 00:08:22 beginnen binnen te komen. Dat betekent dat de schriftuur te laat is ingekomen en de betrokkene niet-ontvankelijk is in zijn beroep. Slechts in geval van bijzondere de betrokkene niet toe te rekenen omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn, kan dit anders zijn. De mededeling van de raadsman in onderhavige zaak dat hij om 23:54 reeds een faxbericht heeft verzonden en hij een foutmelding ontving bevat mijns inziens niet een dergelijke omstandigheid.

4. Nu klager niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 447 lid 5 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

5. Deze conclusie strekt ertoe klager niet-ontvankelijk te verklaren in het ingestelde cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG In cassatie heeft zich bij brief van 10 december 2012 gesteld mr. Wolffs. Aan haar is derhalve (op 11 februari 2013) de mededeling betekening verzonden. Een stelbrief van mr. Daamen zit niet bij de stukken. Volledigheidshalve merk ik op dat nadien, derhalve eveneens tardief, per post het origineel is gevolgd. Zie Van Dorst, Cassatie in strafzaken, zevende druk, p.87 en de daar genoemde jurisprudentie.

Zie overigens ook HR 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:231. In zie zaak ging het om het instellen van hoger beroep. De in die zaak relevante fax was zeer kort na het sluiten van de griffie ingekomen. De Hoge Raad liet de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn hoger beroep door het Hof in stand. Ik zou me overigens voor kunnen stellen dat dat anders zou kunnen zijn wanneer een dergelijke foutmelding was overlegd en daaruit of uit nader onderzoek zou kunnen blijken dat er een mankement aan de fax van de Hoge Raad zou zijn o.i.d.