ECLI:NL:PHR:2013:BZ1950 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 11/04065 Mr. Knigge Zitting: 11 december 2012 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 18 februari 2011 met parketnummer 23-004503-09. 2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 11/04065 en 11/01134. In beide zaken zal ik vandaag concluderen. 3. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid Sv, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen. 4. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2013:BZ1950 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 11/04065 Mr. Knigge Zitting: 11 december 2012 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 18 februari 2011 met parketnummer 23-004503-09. 2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 11/04065 en 11/01134. In beide zaken zal ik vandaag concluderen. 3. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid Sv, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen. 4. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG
Full text
Nr. 11/04065 Mr. Knigge Zitting: 11 december 2012 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 18 februari 2011 met parketnummer 23-004503-09. 2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 11/04065 en 11/01134. In beide zaken zal ik vandaag concluderen. 3. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid Sv, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen. 4. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG