Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2013:971 ECLI:NL:PHR:2013:971 AI generated

ECLI:NL:PHR:2013:971 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2013:971
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 12/02007 Mr. Wortel Zitting 27 augustus 2013 conclusie inzake: [verdachte] 1.1 Namens de verdachte is cassatieberoep ingesteld tegen een op 24 november 2011 uitgesproken arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarbij de verdachte wegens 'medeplegen van poging tot zware mishandeling’ is veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en 30 uren werkstraf, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 dagen hechtenis, met bijkomende beslissingen als in het arrest vermeld. 1.2 Namens de verdachte heeft mr.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2013:971 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 12/02007 Mr. Wortel Zitting 27 augustus 2013 conclusie inzake: [verdachte] 1.1 Namens de verdachte is cassatieberoep ingesteld tegen een op 24 november 2011 uitgesproken arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarbij de verdachte wegens 'medeplegen van poging tot zware mishandeling’ is veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en 30 uren werkstraf, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 dagen hechtenis, met bijkomende beslissingen als in het arrest vermeld. 1.2 Namens de verdachte heeft mr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 12/02007 Mr. Wortel Zitting 27 augustus 2013 conclusie inzake: [verdachte] 1.1 Namens de verdachte is cassatieberoep ingesteld tegen een op 24 november 2011 uitgesproken arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarbij de verdachte wegens 'medeplegen van poging tot zware mishandeling’ is veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en 30 uren werkstraf, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 dagen hechtenis, met bijkomende beslissingen als in het arrest vermeld. 1.2 Namens de verdachte heeft mr.

E.A.A. Charry, advocaat te Amsterdam, middelen van cassatie voorgesteld. 2.1 Het eerste middel klaagt dat het Hof de verdachte ten onrechte heeft aangemerkt als medepleger van de poging tot zware mishandeling van [betrokkene]. Het kan zo zijn dat - zoals in de toelichting wordt betoogd - getuigen wier verklaringen voor het bewijs zijn gebezigd op enig moment in het onderzoek niet voor het bewijs gebezigde afwijkende verklaringen hebben afgelegd die voor de verdachte gunstiger zijn, en dat die verklaringen in de visie van de verdediging veel betrouwbaarder zijn, maar dat is in cassatie geen punt van onderzoek meer.

Daarmee zou immers het aan de feitenrechter voorbehouden domein van selectie en waardering van het voorhanden bewijsmateriaal worden betreden. Dat valt buiten de mogelijkheden van de cassatierechter. Voor het overige geldt dat het middel faalt omdat het bewezenverklaarde uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. 2.2 Ook het tweede middel, dat klaagt over de (gedeeltelijke) verwerping van het beroep op noodweer, is tevergeefs voorgesteld. In de toelichting op dit middel wordt eveneens een beroep gedaan op verklaringen die door het Hof terzijde zijn geschoven, zodat ook voor dit middel geldt dat het de selectie- en waarderingsvrijheid van de feitenrechter miskent.

Voor het overige geldt dat de verwerping van het beroep op noodweer op grond van de door het Hof vastgestelde feiten en omstandigheid niet getuigt van een onjuiste opvatting en niet onbegrijpelijk is. Het middel faalt. 3.1 De middelen lenen zich voor toepassing van art. 81 RO. 3.2 Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, wnd A-G