Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2013:907 ECLI:NL:PHR:2013:907 AI generated

ECLI:NL:PHR:2013:907 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2013:907
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 11/04275 P Mr. Machielse Zitting 20 augustus 2013 Conclusie inzake: [betrokkene] 1. De economische kamer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 8 oktober 2011 de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 435 Sv, artikel 437 Sv; ECLI:NL:PHR:2013:907 · Parket bij de Hoge Raad: De aanzegging op de voet van het eerste lid van artikel 435 Sv is na vergeefse uitreiking op het gba-adres op 6 augustus 2012 betekend aan een persoon die verklaarde mondeling gemachtigde te zijn. De in het tweede lid van artikel 437 Sv genoemde termijn van twee maanden voor indiening van de cassatieschriftuur eindigde derhalve op 5 oktober 2012. Binnen deze termijn is geen schriftuur van verdachte ter administratie van de Hoge Raad ontvangen. Dit brengt mee dat verdachte niet kan worden ontvangen in het cassatieberoep.

Keywords

AI generated
artikel 435 Sv artikel 437 Sv

Cited Legislation

AI generated
artikel 435 Sv
De aanzegging op de voet van het eerste lid van artikel 435 Sv is na vergeefse uitreiking op het gba-adres op 6 augustus 2012 betekend aan een persoon die verklaarde mondeling gemachtigde te zijn.
artikel 437 Sv
De in het tweede lid van artikel 437 Sv genoemde termijn van twee maanden voor indiening van de cassatieschriftuur eindigde derhalve op 5 oktober 2012.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 11/04275 P Mr. Machielse Zitting 20 augustus 2013 Conclusie inzake: [betrokkene] 1. De economische kamer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 8 oktober 2011 de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, afgewezen.

2. Mr. R. Wouters, advocaat te Middelburg, heeft namens betrokkene beroep in cassatie ingesteld.

3. De aanzegging op de voet van het eerste lid van artikel 435 Sv is na vergeefse uitreiking op het gba-adres op 6 augustus 2012 betekend aan een persoon die verklaarde mondeling gemachtigde te zijn. De in het tweede lid van artikel 437 Sv genoemde termijn van twee maanden voor indiening van de cassatieschriftuur eindigde derhalve op 5 oktober 2012. Binnen deze termijn is geen schriftuur van verdachte ter administratie van de Hoge Raad ontvangen. Dit brengt mee dat verdachte niet kan worden ontvangen in het cassatieberoep.

4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verdachte in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden Deze zaak hangt samen met nr. 11/04274/E ([medeverdachte 1]), nr. 11/04273/E ([medeverdachte 2]) en nr. 11/04271/P ([medeverdachte 2]) waarin ik ook vandaag concludeer.